<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - ND-Autoren L]]></title>
		<link>https://sonett-archiv.com/forum/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett-archiv.com/forum]]></description>
		<pubDate>Fri, 24 Apr 2026 20:44:31 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Looy, Jacobus van: Bij twee duchesses d'Angoulême (2)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21981</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 11:31:01 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21981</guid>
			<description><![CDATA[Jacobus van Looy<br />
1855 - 1930 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-style: italic;" class="mycode_i"><span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Bij twee duchesses d'Angoulême, <br />
 twee van de zeven peren, <br />
 gewonnen ten onzent in het jaar onzes Heeren <br />
 MCMXV.</span><br />
<br />
Voor August Allebé.</span>	<br />
<br />
<br />
I<br />
 <br />
Virgilius-vliegen, snelle Atalanten, <br />
 <br />
En 't Vosje, kleurger nog dan welkend loof, <br />
 <br />
En daggedrager Wesp, geel, fel op roof, <br />
 <br />
En 't ruige hommelvolk, de drukke klanten; <br />
 <br />
Al wat er wordt gerekend tot de santen, <br />
 <br />
Al wat voor straffe redenen bleef doof, <br />
 <br />
Wat zinde of puurde of streefde in noest gesloof, <br />
 <br />
Het ga ons voor en diene tot gezanten. <br />
 <br />
Doch waar een heuschelijker taal moet zijn, <br />
 <br />
Waar sprake is van mond en zoeter stemme, <br />
 <br />
Van lokking, paradijs-ooft, schoone leest, <br />
 <br />
Vertrouwen wij ons zelf het allermeest: <br />
 <br />
Hertoginnen zijn wij van Angoulême <br />
 <br />
Beneden breedachtig, van boven fijn. 	<br />
	<br />
[p. 97]	<br />
II<br />
 <br />
Wanneer de tijd er is waarin de voeten <br />
 <br />
Het haardvuur zoeken en de sprokkelingen, <br />
 <br />
De tijd er is waarin herinneringen <br />
 <br />
De plaats vervangen van gevoelens moeten; <br />
 <br />
Wanneer de nagloed der verdroomde dingen <br />
 <br />
Werd als gewolk, als d' amouretten-stoeten <br />
 <br />
Die kennersoogen, snufflaars soms ontmoeten <br />
 <br />
Op schoorsteenstukken in oude huizingen. <br />
 <br />
Als 't leven is wanheerlijker dan ooit <br />
 <br />
En zelf verbrijzelt wat het heeft vermooid, <br />
 <br />
Waarvan 't verhalen spookt uit iedre krant, <br />
 <br />
Dan kan 't geen kwaad toch als bevriende hand <br />
 <br />
Op fruitschaal, schoorsteen of de lambrizeer, <br />
 <br />
Plomp maar welmeenend zet een góede peer.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jacobus van Looy<br />
1855 - 1930 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-style: italic;" class="mycode_i"><span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Bij twee duchesses d'Angoulême, <br />
 twee van de zeven peren, <br />
 gewonnen ten onzent in het jaar onzes Heeren <br />
 MCMXV.</span><br />
<br />
Voor August Allebé.</span>	<br />
<br />
<br />
I<br />
 <br />
Virgilius-vliegen, snelle Atalanten, <br />
 <br />
En 't Vosje, kleurger nog dan welkend loof, <br />
 <br />
En daggedrager Wesp, geel, fel op roof, <br />
 <br />
En 't ruige hommelvolk, de drukke klanten; <br />
 <br />
Al wat er wordt gerekend tot de santen, <br />
 <br />
Al wat voor straffe redenen bleef doof, <br />
 <br />
Wat zinde of puurde of streefde in noest gesloof, <br />
 <br />
Het ga ons voor en diene tot gezanten. <br />
 <br />
Doch waar een heuschelijker taal moet zijn, <br />
 <br />
Waar sprake is van mond en zoeter stemme, <br />
 <br />
Van lokking, paradijs-ooft, schoone leest, <br />
 <br />
Vertrouwen wij ons zelf het allermeest: <br />
 <br />
Hertoginnen zijn wij van Angoulême <br />
 <br />
Beneden breedachtig, van boven fijn. 	<br />
	<br />
[p. 97]	<br />
II<br />
 <br />
Wanneer de tijd er is waarin de voeten <br />
 <br />
Het haardvuur zoeken en de sprokkelingen, <br />
 <br />
De tijd er is waarin herinneringen <br />
 <br />
De plaats vervangen van gevoelens moeten; <br />
 <br />
Wanneer de nagloed der verdroomde dingen <br />
 <br />
Werd als gewolk, als d' amouretten-stoeten <br />
 <br />
Die kennersoogen, snufflaars soms ontmoeten <br />
 <br />
Op schoorsteenstukken in oude huizingen. <br />
 <br />
Als 't leven is wanheerlijker dan ooit <br />
 <br />
En zelf verbrijzelt wat het heeft vermooid, <br />
 <br />
Waarvan 't verhalen spookt uit iedre krant, <br />
 <br />
Dan kan 't geen kwaad toch als bevriende hand <br />
 <br />
Op fruitschaal, schoorsteen of de lambrizeer, <br />
 <br />
Plomp maar welmeenend zet een góede peer.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Loeff, C.: Het lied]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21976</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 11:06:06 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21976</guid>
			<description><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Het lied.<br />
<br />
<br />
 <br />
Wat weet ik dan wat waardelooze woorden, <br />
 <br />
Tot plots een kracht hun leege rust verschrikt, <br />
 <br />
Hen naar hun wezen zeker wetend wikt, <br />
 <br />
De losse klanken bindend tot accoorden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo wordt een lied! Wat nauw zichzelf behoorde, <br />
 <br />
't Verworpen woord, tot regelen geschikt, <br />
 <br />
Met vaste rythmen wonderlijk omstrikt, <br />
 <br />
Werd zang, die mijn verwonderd hart bekoorde. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo staat een woud van roerelooze pijnen <br />
 <br />
Tot over zijne rust een windvlaag vaart, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En in de stilt van 't starre zonneschijnen <br />
 <br />
Onrustig over stugge toppen waart, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Die voor dien druk in breede golven deinen, <br />
 <br />
Dat vol een sluim'rend lied zich openbaart.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Het lied.<br />
<br />
<br />
 <br />
Wat weet ik dan wat waardelooze woorden, <br />
 <br />
Tot plots een kracht hun leege rust verschrikt, <br />
 <br />
Hen naar hun wezen zeker wetend wikt, <br />
 <br />
De losse klanken bindend tot accoorden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo wordt een lied! Wat nauw zichzelf behoorde, <br />
 <br />
't Verworpen woord, tot regelen geschikt, <br />
 <br />
Met vaste rythmen wonderlijk omstrikt, <br />
 <br />
Werd zang, die mijn verwonderd hart bekoorde. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo staat een woud van roerelooze pijnen <br />
 <br />
Tot over zijne rust een windvlaag vaart, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En in de stilt van 't starre zonneschijnen <br />
 <br />
Onrustig over stugge toppen waart, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Die voor dien druk in breede golven deinen, <br />
 <br />
Dat vol een sluim'rend lied zich openbaart.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Loeff, C.: Schaduw]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21975</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 11:05:20 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21975</guid>
			<description><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Schaduw.<br />
 <br />
<br />
Door gouden reeks zich schakelende dagen, <br />
 <br />
Wier stralend snoer mijn lichte leven is, <br />
 <br />
Voer 'k met mij steeds het doffe, stille knagen <br />
 <br />
Van nimmermoede pijn om het gemis <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van ééne vreugd; een onbevredigd vragen <br />
 <br />
En duist'ren drang naar weelde, die ik gis; <br />
 <br />
Begeerten, tot vervulling nooit voldragen, <br />
 <br />
Die 't hart bezwaren met haar duisternis. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zooals een vogel, die op stille vlerken <br />
 <br />
Voort-drijvend, zwart is tegen lichte lucht, <br />
 <br />
Doellooze zwerver, zwevend op zijn sterke <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wijduit-gespreide, schaduw-duistre vlucht, <br />
 <br />
Draag ik mijn hart door 's levens lichte perken, <br />
 <br />
Verdonkerd door een nooit vervulde zucht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Schaduw.<br />
 <br />
<br />
Door gouden reeks zich schakelende dagen, <br />
 <br />
Wier stralend snoer mijn lichte leven is, <br />
 <br />
Voer 'k met mij steeds het doffe, stille knagen <br />
 <br />
Van nimmermoede pijn om het gemis <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van ééne vreugd; een onbevredigd vragen <br />
 <br />
En duist'ren drang naar weelde, die ik gis; <br />
 <br />
Begeerten, tot vervulling nooit voldragen, <br />
 <br />
Die 't hart bezwaren met haar duisternis. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zooals een vogel, die op stille vlerken <br />
 <br />
Voort-drijvend, zwart is tegen lichte lucht, <br />
 <br />
Doellooze zwerver, zwevend op zijn sterke <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wijduit-gespreide, schaduw-duistre vlucht, <br />
 <br />
Draag ik mijn hart door 's levens lichte perken, <br />
 <br />
Verdonkerd door een nooit vervulde zucht.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Loeff, C.: Gesprongen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21964</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 10:40:28 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21964</guid>
			<description><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Gesprongen.<br />
<br />
<br />
 <br />
Onzeker leekt de wijn uit wreede wonde <br />
 <br />
Van waardeloos geworden weeldeglas: <br />
 <br />
Gebarsten is de ongerepte, ronde <br />
 <br />
En wijdgewelfde bekerwand, die pas <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Den blijden wijn omving, maar nu, geschonden, <br />
 <br />
Zijn doel verliest: Door scherp getrokken kras, <br />
 <br />
Nauw zichtbaar voor het oog, wordt bits ontbonden <br />
 <br />
Een eenheid, die zoo zuiv're schoonheid was. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Rijk heeft met held'ren tinteltoon geklonken <br />
 <br />
De volle roemer op een blij festijn, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Weerspiegelend in duizend felle vonken <br />
 <br />
Het licht der luchteren in schitterschijn. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Thans wordt geen vreugd meer uit dit glas gedronken: <br />
 <br />
Uit brooze breuke vloeit de laatste wijn.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Loeff<br />
 fl. 1923<br />
<br />
<br />
Gesprongen.<br />
<br />
<br />
 <br />
Onzeker leekt de wijn uit wreede wonde <br />
 <br />
Van waardeloos geworden weeldeglas: <br />
 <br />
Gebarsten is de ongerepte, ronde <br />
 <br />
En wijdgewelfde bekerwand, die pas <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Den blijden wijn omving, maar nu, geschonden, <br />
 <br />
Zijn doel verliest: Door scherp getrokken kras, <br />
 <br />
Nauw zichtbaar voor het oog, wordt bits ontbonden <br />
 <br />
Een eenheid, die zoo zuiv're schoonheid was. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Rijk heeft met held'ren tinteltoon geklonken <br />
 <br />
De volle roemer op een blij festijn, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Weerspiegelend in duizend felle vonken <br />
 <br />
Het licht der luchteren in schitterschijn. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Thans wordt geen vreugd meer uit dit glas gedronken: <br />
 <br />
Uit brooze breuke vloeit de laatste wijn.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Loeff, C.:  Rust]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21963</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 10:39:49 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21963</guid>
			<description><![CDATA[C. Loeff<br />
fl. 1923<br />
<br />
<br />
Rust.<br />
 <br />
<br />
Mijn leven is als een vergeten gracht, <br />
 <br />
Die zwijgend ligt tusschen de oude boomen, <br />
 <br />
Een zuiver vlak, dat vol de verre droomen <br />
 <br />
Der sterren spiegelt in den diepen nacht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Stil is mijn ziel, want hare rust verwacht <br />
 <br />
Gebeuren noch ontroeringen, die komen <br />
 <br />
In sterk're levens, die als drift'ge stroomen <br />
 <br />
Voortsnellen, vol hartstochtelijke kracht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Die vrede is een lang gewend ontberen, <br />
 <br />
Een kalmte, die verlangen niet meer drijft. <br />
 <br />
Wat 't Lot niet gaf zal 'k niet van 't Lot begeeren: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
'k Aanschouw hoe heel de wereld woelt en wrijft, <br />
 <br />
Steeds worst'lend met zichzelf, maar wars wil weren <br />
 <br />
De rust in God, die tot het einde blijft.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Loeff<br />
fl. 1923<br />
<br />
<br />
Rust.<br />
 <br />
<br />
Mijn leven is als een vergeten gracht, <br />
 <br />
Die zwijgend ligt tusschen de oude boomen, <br />
 <br />
Een zuiver vlak, dat vol de verre droomen <br />
 <br />
Der sterren spiegelt in den diepen nacht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Stil is mijn ziel, want hare rust verwacht <br />
 <br />
Gebeuren noch ontroeringen, die komen <br />
 <br />
In sterk're levens, die als drift'ge stroomen <br />
 <br />
Voortsnellen, vol hartstochtelijke kracht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Die vrede is een lang gewend ontberen, <br />
 <br />
Een kalmte, die verlangen niet meer drijft. <br />
 <br />
Wat 't Lot niet gaf zal 'k niet van 't Lot begeeren: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
'k Aanschouw hoe heel de wereld woelt en wrijft, <br />
 <br />
Steeds worst'lend met zichzelf, maar wars wil weren <br />
 <br />
De rust in God, die tot het einde blijft.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leipoldt, C. Louis: Insulinde]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21922</link>
			<pubDate>Fri, 17 Aug 2012 21:14:12 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21922</guid>
			<description><![CDATA[C. Louis Leipoldt<br />
 1880 - 1947 Südafrika<br />
<br />
<br />
Insulinde.<br />
<br />
<br />
 <br />
Mirakelland van oerwoud en vulkaan, <br />
 <br />
Ik groet jou in jouw glorie! Elke teug <br />
 <br />
Van die koel suidewind hernuw mijn jeug, <br />
 <br />
En maak mij amper kind weer, en verslaan <br />
 <br />
'n Dampwolk van gedagtes en die waan. <br />
 <br />
Dat net maar in die Wes die lewensvreng <br />
 <br />
'n Weerklank vinde, en dat trouw en deng <br />
 <br />
Alleen kan bloei in lande, waar die maan <br />
 <br />
Oor louter ijs en wit kapok sijn glans <br />
 <br />
Op wintermôres werp. Ag, ik gewaar <br />
 <br />
Mijn liefde bloei tot bijna bo verstand! <br />
 <br />
Ken ik nie meer mijn eie koppie en krans, <br />
 <br />
Mijn boland-vlak van Beaufort tot Die Aar? <br />
 <br />
Leen dan vir mij 'n nuwe Vaderland!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Louis Leipoldt<br />
 1880 - 1947 Südafrika<br />
<br />
<br />
Insulinde.<br />
<br />
<br />
 <br />
Mirakelland van oerwoud en vulkaan, <br />
 <br />
Ik groet jou in jouw glorie! Elke teug <br />
 <br />
Van die koel suidewind hernuw mijn jeug, <br />
 <br />
En maak mij amper kind weer, en verslaan <br />
 <br />
'n Dampwolk van gedagtes en die waan. <br />
 <br />
Dat net maar in die Wes die lewensvreng <br />
 <br />
'n Weerklank vinde, en dat trouw en deng <br />
 <br />
Alleen kan bloei in lande, waar die maan <br />
 <br />
Oor louter ijs en wit kapok sijn glans <br />
 <br />
Op wintermôres werp. Ag, ik gewaar <br />
 <br />
Mijn liefde bloei tot bijna bo verstand! <br />
 <br />
Ken ik nie meer mijn eie koppie en krans, <br />
 <br />
Mijn boland-vlak van Beaufort tot Die Aar? <br />
 <br />
Leen dan vir mij 'n nuwe Vaderland!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leipoldt, C. Louis: Aan Multatuli]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21921</link>
			<pubDate>Fri, 17 Aug 2012 21:13:31 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21921</guid>
			<description><![CDATA[C. Louis Leipoldt<br />
1880 - 1947 Südafrika<br />
<br />
<br />
<br />
Aan Multatuli.<br />
<br />
 <br />
Kind van die noordewêreld, waar die kou <br />
 <br />
Van winter weerga vinde in 'n volk <br />
 <br />
Wat kalm blij, als jij kokend is, en flouw<br />
 <br />
En nie jouw taal verstaan nie sonder tolk!<br />
<br />
<br />
Die warmer Ooste, waar die son ontstaan. <br />
 <br />
Het jou tot man gemaak, en van jouw hart <br />
 <br />
Die ijsgekorste kettings afgeslaan, <br />
 <br />
En jou geleer daar lê ook vreug in smart, <br />
 <br />
En in ellende grootsheid! Ik, als een <br />
 <br />
Met wie die Ooste ook gepraat het, gee <br />
 <br />
Hier, waar Adinda's spook bij maanlig ween <br />
 <br />
Oor Saïdjahs graf in eensaam stille wee. <br />
 <br />
Mij huldegroet aan jou als blijk daarvan, <br />
 <br />
Apostel, hoëpriester, lijder, Man!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[C. Louis Leipoldt<br />
1880 - 1947 Südafrika<br />
<br />
<br />
<br />
Aan Multatuli.<br />
<br />
 <br />
Kind van die noordewêreld, waar die kou <br />
 <br />
Van winter weerga vinde in 'n volk <br />
 <br />
Wat kalm blij, als jij kokend is, en flouw<br />
 <br />
En nie jouw taal verstaan nie sonder tolk!<br />
<br />
<br />
Die warmer Ooste, waar die son ontstaan. <br />
 <br />
Het jou tot man gemaak, en van jouw hart <br />
 <br />
Die ijsgekorste kettings afgeslaan, <br />
 <br />
En jou geleer daar lê ook vreug in smart, <br />
 <br />
En in ellende grootsheid! Ik, als een <br />
 <br />
Met wie die Ooste ook gepraat het, gee <br />
 <br />
Hier, waar Adinda's spook bij maanlig ween <br />
 <br />
Oor Saïdjahs graf in eensaam stille wee. <br />
 <br />
Mij huldegroet aan jou als blijk daarvan, <br />
 <br />
Apostel, hoëpriester, lijder, Man!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Bede voor den wedzang]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21826</link>
			<pubDate>Thu, 16 Aug 2012 15:37:10 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21826</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Bede voor den wedzang<br />
<br />
<br />
 <br />
Onder de knapen, die het prijslied zingen, - <br />
 <br />
De een viert het vuur, éen vrouwen, de ander bloemen, - <br />
 <br />
Zal ik vergeefs wel naar den lauwer dingen, <br />
 <br />
Want ach, ik moet den heilgen aether roemen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het onuitspreeklijke in een naam te noemen, <br />
 <br />
Wat een gestalte mist tot vorm te dwingen, <br />
 <br />
Vol zang om 't honinghart des lichts te zoemen, <br />
 <br />
Wie schenkt een stem daartoe, wie spreidt mijn zwingen? <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, vogel, lieflijk wiegekind der winden, <br />
 <br />
Reuk van de roos, gewoon omhoog te rijzen, <br />
 <br />
En wolken, die de zee van 't blauw bezeilen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zegt gij, hoe zal ik Uwen vader vinden, <br />
 <br />
Geeft aan mijn ziel een geur om hem te prijzen, <br />
 <br />
Mijn lied een wiek om aan zijn borst te ijlen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Bede voor den wedzang<br />
<br />
<br />
 <br />
Onder de knapen, die het prijslied zingen, - <br />
 <br />
De een viert het vuur, éen vrouwen, de ander bloemen, - <br />
 <br />
Zal ik vergeefs wel naar den lauwer dingen, <br />
 <br />
Want ach, ik moet den heilgen aether roemen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het onuitspreeklijke in een naam te noemen, <br />
 <br />
Wat een gestalte mist tot vorm te dwingen, <br />
 <br />
Vol zang om 't honinghart des lichts te zoemen, <br />
 <br />
Wie schenkt een stem daartoe, wie spreidt mijn zwingen? <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, vogel, lieflijk wiegekind der winden, <br />
 <br />
Reuk van de roos, gewoon omhoog te rijzen, <br />
 <br />
En wolken, die de zee van 't blauw bezeilen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zegt gij, hoe zal ik Uwen vader vinden, <br />
 <br />
Geeft aan mijn ziel een geur om hem te prijzen, <br />
 <br />
Mijn lied een wiek om aan zijn borst te ijlen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Maar gij keert weer, reeds zweeft toekomstig leven]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21722</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 15:22:43 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21722</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Maar gij keert weer, reeds zweeft toekomstig leven <br />
 <br />
Op dons en vleugel naar de rullë aarde, <br />
 <br />
Vroom-stille rust van damp-omdroomde dreven <br />
 <br />
Geeft doffe plof van 't ooft een inn'ger waarde; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O gij keert weer, de zwaluw die daar paarde, <br />
 <br />
In goed betrouwe' ons grof bewegen neven, 	<br />
 <br />
Is heen, toch bleef haar nest den muur bekleven, <br />
 <br />
Dat wij tot wederkomst die wieg bewaarden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan doet de wereld speelscher jonkheid groenen, <br />
 <br />
Wij liggen neder, in een roes de regen <br />
 <br />
Te drinken van haar rozen, zon en zoenen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Tot gij September zwaar den dubb'len zegen, <br />
 <br />
Gerijpten ernst en blauwe trosfestoenen, <br />
 <br />
Op dorre ziel en dorste tong laat wegen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Maar gij keert weer, reeds zweeft toekomstig leven <br />
 <br />
Op dons en vleugel naar de rullë aarde, <br />
 <br />
Vroom-stille rust van damp-omdroomde dreven <br />
 <br />
Geeft doffe plof van 't ooft een inn'ger waarde; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O gij keert weer, de zwaluw die daar paarde, <br />
 <br />
In goed betrouwe' ons grof bewegen neven, 	<br />
 <br />
Is heen, toch bleef haar nest den muur bekleven, <br />
 <br />
Dat wij tot wederkomst die wieg bewaarden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan doet de wereld speelscher jonkheid groenen, <br />
 <br />
Wij liggen neder, in een roes de regen <br />
 <br />
Te drinken van haar rozen, zon en zoenen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Tot gij September zwaar den dubb'len zegen, <br />
 <br />
Gerijpten ernst en blauwe trosfestoenen, <br />
 <br />
Op dorre ziel en dorste tong laat wegen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Aan 't lief haar ziekbed min het zoetste pijnt]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21721</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 15:21:50 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21721</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Aan 't lief haar ziekbed min het zoetste pijnt, <br />
 <br />
Gij voelt wat gij bezat eerst bij haar roof, <br />
 <br />
Nooit was zij schooner, nauw'lijks troost geloof <br />
 <br />
Dat zulk een volheid niet voorgoed verdwijnt.., <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Nu rust het najaar in haar hoog alkoof, <br />
 <br />
Waar zon door dak van bruine blaren schijnt, <br />
 <br />
Van geur doorhonigd en van kleur doorwijnd, <br />
 <br />
Om 't goud van vruchten en haar laatste schoof. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
In U September geeft het jaar zijn feest <br />
 <br />
Van zilv'ren misten en verzadigd zaad; <br />
 <br />
Het hart verwarmend, klaarheid voor den geest, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Waait frisch Uw koelte ons in 't verruimd gelaat, <br />
 <br />
En huwt zich vreugde die geen einde vreest <br />
 <br />
Aan diepen weemoed dat gij dra vergaat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Aan 't lief haar ziekbed min het zoetste pijnt, <br />
 <br />
Gij voelt wat gij bezat eerst bij haar roof, <br />
 <br />
Nooit was zij schooner, nauw'lijks troost geloof <br />
 <br />
Dat zulk een volheid niet voorgoed verdwijnt.., <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Nu rust het najaar in haar hoog alkoof, <br />
 <br />
Waar zon door dak van bruine blaren schijnt, <br />
 <br />
Van geur doorhonigd en van kleur doorwijnd, <br />
 <br />
Om 't goud van vruchten en haar laatste schoof. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
In U September geeft het jaar zijn feest <br />
 <br />
Van zilv'ren misten en verzadigd zaad; <br />
 <br />
Het hart verwarmend, klaarheid voor den geest, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Waait frisch Uw koelte ons in 't verruimd gelaat, <br />
 <br />
En huwt zich vreugde die geen einde vreest <br />
 <br />
Aan diepen weemoed dat gij dra vergaat.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Reeds tweemaal redde ik hem; eens bij de beek]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21720</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 15:20:53 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21720</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Reeds tweemaal redde ik hem; eens bij de beek <br />
 <br />
Toen slaap zijn meester was die, té bekoord, <br />
 <br />
Hem langzaam tot den spiegel trok waar week <br />
 <br />
't Gebloemte siddert van zijn eeuwig oord; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan aan een brandingsschuim-besneeuwde kreek, <br />
 <br />
Als moe mijn held der golf al had behoord, <br />
 <br />
En 't hoofd, dat zijlings zeeg, het lijf zoo bleek, <br />
 <br />
Zich tot de rust reeds schikten die geen stoort. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
‘Koel trof me uw blik die dankend mij verweet, <br />
 <br />
En schaamte sloeg mij dat een slaaf zijn god <br />
 <br />
Voor dood dorst schutten in zijn schamel kleed; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar 'k zweer dat niet ten derde maal de spot <br />
 <br />
Verkonden zal hoe ik mij weer vermeet <br />
 <br />
Richtend te treden tusschen U en 't lot.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Reeds tweemaal redde ik hem; eens bij de beek <br />
 <br />
Toen slaap zijn meester was die, té bekoord, <br />
 <br />
Hem langzaam tot den spiegel trok waar week <br />
 <br />
't Gebloemte siddert van zijn eeuwig oord; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan aan een brandingsschuim-besneeuwde kreek, <br />
 <br />
Als moe mijn held der golf al had behoord, <br />
 <br />
En 't hoofd, dat zijlings zeeg, het lijf zoo bleek, <br />
 <br />
Zich tot de rust reeds schikten die geen stoort. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
‘Koel trof me uw blik die dankend mij verweet, <br />
 <br />
En schaamte sloeg mij dat een slaaf zijn god <br />
 <br />
Voor dood dorst schutten in zijn schamel kleed; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar 'k zweer dat niet ten derde maal de spot <br />
 <br />
Verkonden zal hoe ik mij weer vermeet <br />
 <br />
Richtend te treden tusschen U en 't lot.’]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: O liever, dood, Uw stilte en mededoogen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21719</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 15:19:50 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21719</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
‘O liever, dood, Uw stilte en mededoogen <br />
 <br />
Eer van het kreupel leed den staf te borgen <br />
 <br />
Voor 't eedle lied’, sprak hij een zomermorgen <br />
 <br />
En streek de blonde lokken zich uit de oogen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen kwamen dagen die den lichten morgen <br />
 <br />
Verduisterden, en vluchten vogels vlogen 	<br />
 <br />
Van 't Noorden naar het Zuiden, wolken togen, <br />
 <br />
Doch roerloos hielde' om hem de wacht zijn zorgen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toch heeft de Muze niet dien somb'ren bode, <br />
 <br />
Den zwart-gevleugelde, aan de hand geleid <br />
 <br />
Naar waar hij zat en schreide, niet ten doode, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar tot éen liefde lied en leed gewijd, <br />
 <br />
Hem leerend zelfs de wanhoop te vergoden <br />
 <br />
In schoone zangen diep als de eeuwigheid.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
‘O liever, dood, Uw stilte en mededoogen <br />
 <br />
Eer van het kreupel leed den staf te borgen <br />
 <br />
Voor 't eedle lied’, sprak hij een zomermorgen <br />
 <br />
En streek de blonde lokken zich uit de oogen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen kwamen dagen die den lichten morgen <br />
 <br />
Verduisterden, en vluchten vogels vlogen 	<br />
 <br />
Van 't Noorden naar het Zuiden, wolken togen, <br />
 <br />
Doch roerloos hielde' om hem de wacht zijn zorgen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toch heeft de Muze niet dien somb'ren bode, <br />
 <br />
Den zwart-gevleugelde, aan de hand geleid <br />
 <br />
Naar waar hij zat en schreide, niet ten doode, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar tot éen liefde lied en leed gewijd, <br />
 <br />
Hem leerend zelfs de wanhoop te vergoden <br />
 <br />
In schoone zangen diep als de eeuwigheid.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Ik weet, o blonde vrouw, dat gij niet vraagt]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21718</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 15:16:26 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21718</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Ik weet, o blonde vrouw, dat gij niet vraagt, <br />
 <br />
Daaglijks geboden op de palm der hand, <br />
 <br />
De gouden munt die mij Uw min verpand', <br />
 <br />
En die de beeld'naar van mijn wijsheid draagt, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ook dat Uw' ernst de weeke mond mishaagt <br />
 <br />
Die, naardat stemmings geestdrift dooft of brandt, <br />
 <br />
Met wiss'lend woord 't leed of de vreugd verbant <br />
 <br />
En 's morgens jubelt, maar des avonds klaagt. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gij wilt een frissche bloem, van dauw nog nat, <br />
 <br />
Waar rein een parel tusschen 't bladgoud rust, <br />
 <br />
Dat ik ze U brak, dan om Uw lippen bad, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Met zulk een glimlach, jong en onbewust, <br />
 <br />
Dat gij in dubb'len drang mijn wangen vat, <br />
 <br />
Als maagd en moeder die haar kindje kust.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
 1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Ik weet, o blonde vrouw, dat gij niet vraagt, <br />
 <br />
Daaglijks geboden op de palm der hand, <br />
 <br />
De gouden munt die mij Uw min verpand', <br />
 <br />
En die de beeld'naar van mijn wijsheid draagt, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ook dat Uw' ernst de weeke mond mishaagt <br />
 <br />
Die, naardat stemmings geestdrift dooft of brandt, <br />
 <br />
Met wiss'lend woord 't leed of de vreugd verbant <br />
 <br />
En 's morgens jubelt, maar des avonds klaagt. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gij wilt een frissche bloem, van dauw nog nat, <br />
 <br />
Waar rein een parel tusschen 't bladgoud rust, <br />
 <br />
Dat ik ze U brak, dan om Uw lippen bad, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Met zulk een glimlach, jong en onbewust, <br />
 <br />
Dat gij in dubb'len drang mijn wangen vat, <br />
 <br />
Als maagd en moeder die haar kindje kust.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Leeuw, Aart van der: Een kille wintermiddag - wolke' en wind]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21717</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 13:14:30 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21717</guid>
			<description><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Een kille wintermiddag - wolke' en wind <br />
 <br />
Die doelloos-traag hun net van regen sleuren, <br />
 <br />
Lijk moede visschers die in poelen peuren, <br />
 <br />
Langs wei en wegen, wat geen dagloon wint. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar o, daar loopt en lacht een spelend kind, <br />
 <br />
Zij wuift en weet niet dat de droppen treuren, <br />
 <br />
't Zijn stemmen haar die in het water neuren, <br />
 <br />
En als een trouwe hond stoeit wild de wind. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Is het dan wonder dat die bleeke wereld <br />
 <br />
Van zon doorblonken ligt waar marmergloed <br />
 <br />
En zuidertuinen warm te wonen nooden, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En dat wij leve', als kinderlachen perelt, <br />
 <br />
In 't land waar zulk een vraag den vreemd'ling groet: <br />
 <br />
‘Zijt gij een sterv'ling of een spruit der goden?’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aart van der Leeuw<br />
1876 - 1931 Niederlande<br />
<br />
<br />
Een kille wintermiddag - wolke' en wind <br />
 <br />
Die doelloos-traag hun net van regen sleuren, <br />
 <br />
Lijk moede visschers die in poelen peuren, <br />
 <br />
Langs wei en wegen, wat geen dagloon wint. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar o, daar loopt en lacht een spelend kind, <br />
 <br />
Zij wuift en weet niet dat de droppen treuren, <br />
 <br />
't Zijn stemmen haar die in het water neuren, <br />
 <br />
En als een trouwe hond stoeit wild de wind. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Is het dan wonder dat die bleeke wereld <br />
 <br />
Van zon doorblonken ligt waar marmergloed <br />
 <br />
En zuidertuinen warm te wonen nooden, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En dat wij leve', als kinderlachen perelt, <br />
 <br />
In 't land waar zulk een vraag den vreemd'ling groet: <br />
 <br />
‘Zijt gij een sterv'ling of een spruit der goden?’]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Lapidoth, Frits: Gesloten tempel (3)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21714</link>
			<pubDate>Tue, 14 Aug 2012 12:54:19 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21714</guid>
			<description><![CDATA[Frits Lapidoth<br />
1861 - 1932 Niederlande / Deutschland<br />
<br />
<br />
Gesloten tempel.<br />
<br />
<br />
I.<br />
 <br />
<br />
De arduinen tempeldeuren van mijn ziel, <br />
 <br />
waarachter 'k veilig waande Liefde in rust <br />
 <br />
op hoog altaar, de vuren half gebluscht, <br />
 <br />
wijl op hun gloed geen tochtje wekkend viel, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
zijn door een kind op roestig slot gekust <br />
 <br />
en sprongen open, wijl het God geviel. <br />
 <br />
Het kind vroeg, lachend: ‘dat ik nederkniel' <br />
 <br />
en zie tresooren all' naar hartelust!’.... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zij vond mijn hart en nam het in de hand: - <br />
 <br />
‘Wat mag dìt wel voor prettig speelgoed zijn? <br />
 <br />
wat wonder licht, als ik het beur tot mijn! <br />
 <br />
hoe vreemd dat hart zóó koud zoo helder brandt!’ <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar grooter werd de vlam in 't handje rein... <br />
 <br />
Bang maagdlijn wierp haar speelgoed in het zand. - 	<br />
<br />
<br />
<br />
II.<br />
<br />
 <br />
Het meisje vlood en beî d'arduinen deuren, <br />
 <br />
waarachter ik mijn Liefde veilig waande, <br />
 <br />
waarachter dof, het rood der toortsen taande, <br />
 <br />
waar eeuwig mijn erinn'ringsbloemen geuren, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
zijn toegeworpen door mijn Trots die, staande <br />
 <br />
met vlammend zwaard, mijn hart hoog op wou beuren <br />
 <br />
en sprak: <br />
 <br />
‘Nu is het mijn. Gij zult niet treuren; <br />
 <br />
maar, fier uw heerlijk altaar thans omgaande, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
nemen uw schatten in uw bleeke handen: <br />
 <br />
de maagdensluiers bloedend van robijnen, <br />
 <br />
de rozen rood, de geurende jasmijnen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
turkoizen glanzend, gouden lokkenbanden, <br />
 <br />
tropheeën heerlijk van uw minfestijnen, <br />
 <br />
en ze in de vlam van 't laaiend hart verbranden!’ 	<br />
<br />
<br />
<br />
III.<br />
<br />
 <br />
Zóó werd mijn ziel een praalgraf, gelijk geen <br />
 <br />
ooit werd gebouwd voor vorst'lijke geslachten; <br />
 <br />
hoog rust het doode hart daar nu, alleen <br />
 <br />
omgeven door mijn droevigste gedachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mijn Trots duldt in dien tempel nòch geween, <br />
 <br />
nòch ander rouwbedrijf der trouwe wachten; <br />
 <br />
d'asch der tropheeën dekt er marmersteen <br />
 <br />
met rouwkleed, doffer nog dan donk're nachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
't Onschuldig meisje komt wel aan de poort <br />
 <br />
en klopt en klopt, en wil nog even kijken <br />
 <br />
naar 't vreemde hart, dat toch zoo wonder gloort, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
doch voor haar klop zal nooit de deur bezwijken, <br />
 <br />
noch voor haar kus de zware grendel wijken:- <br />
 <br />
Ze mag nooit weten wàt ze heeft vermoord!.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Frits Lapidoth<br />
1861 - 1932 Niederlande / Deutschland<br />
<br />
<br />
Gesloten tempel.<br />
<br />
<br />
I.<br />
 <br />
<br />
De arduinen tempeldeuren van mijn ziel, <br />
 <br />
waarachter 'k veilig waande Liefde in rust <br />
 <br />
op hoog altaar, de vuren half gebluscht, <br />
 <br />
wijl op hun gloed geen tochtje wekkend viel, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
zijn door een kind op roestig slot gekust <br />
 <br />
en sprongen open, wijl het God geviel. <br />
 <br />
Het kind vroeg, lachend: ‘dat ik nederkniel' <br />
 <br />
en zie tresooren all' naar hartelust!’.... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zij vond mijn hart en nam het in de hand: - <br />
 <br />
‘Wat mag dìt wel voor prettig speelgoed zijn? <br />
 <br />
wat wonder licht, als ik het beur tot mijn! <br />
 <br />
hoe vreemd dat hart zóó koud zoo helder brandt!’ <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar grooter werd de vlam in 't handje rein... <br />
 <br />
Bang maagdlijn wierp haar speelgoed in het zand. - 	<br />
<br />
<br />
<br />
II.<br />
<br />
 <br />
Het meisje vlood en beî d'arduinen deuren, <br />
 <br />
waarachter ik mijn Liefde veilig waande, <br />
 <br />
waarachter dof, het rood der toortsen taande, <br />
 <br />
waar eeuwig mijn erinn'ringsbloemen geuren, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
zijn toegeworpen door mijn Trots die, staande <br />
 <br />
met vlammend zwaard, mijn hart hoog op wou beuren <br />
 <br />
en sprak: <br />
 <br />
‘Nu is het mijn. Gij zult niet treuren; <br />
 <br />
maar, fier uw heerlijk altaar thans omgaande, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
nemen uw schatten in uw bleeke handen: <br />
 <br />
de maagdensluiers bloedend van robijnen, <br />
 <br />
de rozen rood, de geurende jasmijnen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
turkoizen glanzend, gouden lokkenbanden, <br />
 <br />
tropheeën heerlijk van uw minfestijnen, <br />
 <br />
en ze in de vlam van 't laaiend hart verbranden!’ 	<br />
<br />
<br />
<br />
III.<br />
<br />
 <br />
Zóó werd mijn ziel een praalgraf, gelijk geen <br />
 <br />
ooit werd gebouwd voor vorst'lijke geslachten; <br />
 <br />
hoog rust het doode hart daar nu, alleen <br />
 <br />
omgeven door mijn droevigste gedachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mijn Trots duldt in dien tempel nòch geween, <br />
 <br />
nòch ander rouwbedrijf der trouwe wachten; <br />
 <br />
d'asch der tropheeën dekt er marmersteen <br />
 <br />
met rouwkleed, doffer nog dan donk're nachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
't Onschuldig meisje komt wel aan de poort <br />
 <br />
en klopt en klopt, en wil nog even kijken <br />
 <br />
naar 't vreemde hart, dat toch zoo wonder gloort, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
doch voor haar klop zal nooit de deur bezwijken, <br />
 <br />
noch voor haar kus de zware grendel wijken:- <br />
 <br />
Ze mag nooit weten wàt ze heeft vermoord!.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>