<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - ND-Autoren H]]></title>
		<link>https://sonett-archiv.com/forum/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett-archiv.com/forum]]></description>
		<pubDate>Sat, 02 May 2026 12:52:03 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Hiddar, Neel]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23830</link>
			<pubDate>Tue, 01 Jan 2019 10:57:32 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23830</guid>
			<description><![CDATA[wilde drift<br />
<br />
 <br />
‘Had ik, één stond maar, de onbeperkte macht,<br />
 van Hem, wiens beeld ge zijn kunt, maar niet zijt<br />
 en wien ge, in bitt're spotternij verwijt:<br />
 - dat Hij met u slechts ramp op aarde bracht;<br />
 <br />
gij, die alleen het Gouden Kalf nog acht<br />
 en u in broedermoord en -haat verblijdt,<br />
 geen naastenliefde kent, maar bloed'gen strijd<br />
 en dàn nog heil van Uwen God verwacht.<br />
  <br />
Ellendigen, die 's levenskern: “genoeg”<br />
 't beheerschen van u zelven laf vergeet<br />
 en trotsch “beschaafde maatschappij” u heet!<br />
  <br />
Had ik één oogenblik Zijn wil, ik joeg<br />
 u met één wenk terug in 't vormloos niet,<br />
 waaruit de Goedheid u ontluiken liet.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[wilde drift<br />
<br />
 <br />
‘Had ik, één stond maar, de onbeperkte macht,<br />
 van Hem, wiens beeld ge zijn kunt, maar niet zijt<br />
 en wien ge, in bitt're spotternij verwijt:<br />
 - dat Hij met u slechts ramp op aarde bracht;<br />
 <br />
gij, die alleen het Gouden Kalf nog acht<br />
 en u in broedermoord en -haat verblijdt,<br />
 geen naastenliefde kent, maar bloed'gen strijd<br />
 en dàn nog heil van Uwen God verwacht.<br />
  <br />
Ellendigen, die 's levenskern: “genoeg”<br />
 't beheerschen van u zelven laf vergeet<br />
 en trotsch “beschaafde maatschappij” u heet!<br />
  <br />
Had ik één oogenblik Zijn wil, ik joeg<br />
 u met één wenk terug in 't vormloos niet,<br />
 waaruit de Goedheid u ontluiken liet.’]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[HALMAAL, A. V. : Op alle de Werken van W.V. FOCQUENBROCH]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23007</link>
			<pubDate>Fri, 25 Apr 2014 16:43:50 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23007</guid>
			<description><![CDATA[Op alle de Werken van W.V. FOCQUENBROCH.<br />
<br />
<br />
ZO praalt de Dichtkunst noch door FOCQUENBROCH geschreven.<br />
    Zyn geestig brein vertoont zyn Heldepoëzy,<br />
    En schetst ons Reuzen, die een berg de maan voorby<br />
Doen vliegen, dat Jupyn, en al de Goden beven.<br />
<br />
’t Is hy die d’ondergang van Troje doet herleven,<br />
    Die Grieken woede toont, en dolle razerny,<br />
    En thans Virgilius, door snaakse boertery,<br />
Op nieu het leven door zyn vaarzen heeft gegeven.<br />
<br />
    Ja, ’t is die Dichter, die het droef gemoed verfrist,<br />
     En zelfs de schoonheid met zyn Poëzy vernist:<br />
Zyn roem blinkt aan het Y, en by de zwarte Mooren.<br />
<br />
    d’Onsterflykheid vlecht hem ter eere een lauwerkroon.<br />
    Apollo acht hem en Minerva voor haar zoon,<br />
Terwyl de faam zyn lof de Weereld door laat hooren.<br />
<br />
                                A. V. HALMAAL.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Op alle de Werken van W.V. FOCQUENBROCH.<br />
<br />
<br />
ZO praalt de Dichtkunst noch door FOCQUENBROCH geschreven.<br />
    Zyn geestig brein vertoont zyn Heldepoëzy,<br />
    En schetst ons Reuzen, die een berg de maan voorby<br />
Doen vliegen, dat Jupyn, en al de Goden beven.<br />
<br />
’t Is hy die d’ondergang van Troje doet herleven,<br />
    Die Grieken woede toont, en dolle razerny,<br />
    En thans Virgilius, door snaakse boertery,<br />
Op nieu het leven door zyn vaarzen heeft gegeven.<br />
<br />
    Ja, ’t is die Dichter, die het droef gemoed verfrist,<br />
     En zelfs de schoonheid met zyn Poëzy vernist:<br />
Zyn roem blinkt aan het Y, en by de zwarte Mooren.<br />
<br />
    d’Onsterflykheid vlecht hem ter eere een lauwerkroon.<br />
    Apollo acht hem en Minerva voor haar zoon,<br />
Terwyl de faam zyn lof de Weereld door laat hooren.<br />
<br />
                                A. V. HALMAAL.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.: Dichter]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21643</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:07:50 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21643</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Dichter<br />
<br />
 <br />
Niet uit mij-zelf heb ik mijn vlucht genomen, <br />
 <br />
Noch straalt dit bleek en eens zoo koud gezicht <br />
 <br />
Aanminnig, of mijn weg door zaal'ge droomen <br />
 <br />
Mij voerde, met een vers als lieve plicht; - - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Neen, mijn is 't pad dier myriade atomen <br />
 <br />
Der Zonne, went'lende om het eeuwig licht, <br />
 <br />
Wier banen, rond háár middenpunt gericht, <br />
 <br />
Door Haar alleen heur vliên of naderkomen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Geen lach ombloeit, geen traan ontsiert mijn wangen, <br />
 <br />
Noch wordt dit harte zacht in slaap gesust; - - <br />
 <br />
Neen, voort zijn lach, èn traan, èn zoete zangen: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Want sinds ZIJ eens mij 't voorhoofd heeft gekust, <br />
 <br />
Stierf al mijn vreugd', mijn smart, tot één verlangen, <br />
 <br />
Is heel mijn ziel één rustelooze rust.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Dichter<br />
<br />
 <br />
Niet uit mij-zelf heb ik mijn vlucht genomen, <br />
 <br />
Noch straalt dit bleek en eens zoo koud gezicht <br />
 <br />
Aanminnig, of mijn weg door zaal'ge droomen <br />
 <br />
Mij voerde, met een vers als lieve plicht; - - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Neen, mijn is 't pad dier myriade atomen <br />
 <br />
Der Zonne, went'lende om het eeuwig licht, <br />
 <br />
Wier banen, rond háár middenpunt gericht, <br />
 <br />
Door Haar alleen heur vliên of naderkomen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Geen lach ombloeit, geen traan ontsiert mijn wangen, <br />
 <br />
Noch wordt dit harte zacht in slaap gesust; - - <br />
 <br />
Neen, voort zijn lach, èn traan, èn zoete zangen: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Want sinds ZIJ eens mij 't voorhoofd heeft gekust, <br />
 <br />
Stierf al mijn vreugd', mijn smart, tot één verlangen, <br />
 <br />
Is heel mijn ziel één rustelooze rust.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.: Herfstmorgen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21642</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:07:06 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21642</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
<br />
Herfstmorgen<br />
<br />
 <br />
Bleekblauwe nevel hult in matten schijn <br />
 <br />
Het stervend, roerloos nederhangend loover, <br />
 <br />
Dat soms slechts, bij een lichte zucht, voorover <br />
 <br />
Zich rits'lend buigt, in teer gebroken lijn. - 	<br />
<br />
<br />
 <br />
Ach, àl vergaat; - - maar zie, wat kleurentoover <br />
 <br />
Van bruin en geel tot tinten rood als wijn <br />
 <br />
Zacht overvloeit! - Wat sterve en wat verdwijn', <br />
 <br />
De eeuwige Schoonheid blijft te schooner over. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En eeuwig is, als Zij, wat in U wrocht, <br />
 <br />
Mijn Ziel, het licht, dat U Haar tegenvoerde <br />
 <br />
Tot waar Gij god en godgelijke U docht! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En toch, maar àl te vaak is, wijl ik zocht, <br />
 <br />
De schoonheid, die slechts even mij ontroerde, <br />
 <br />
Mijn arm ontvloôn, - voor ik ze omvatten mocht. -]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
<br />
Herfstmorgen<br />
<br />
 <br />
Bleekblauwe nevel hult in matten schijn <br />
 <br />
Het stervend, roerloos nederhangend loover, <br />
 <br />
Dat soms slechts, bij een lichte zucht, voorover <br />
 <br />
Zich rits'lend buigt, in teer gebroken lijn. - 	<br />
<br />
<br />
 <br />
Ach, àl vergaat; - - maar zie, wat kleurentoover <br />
 <br />
Van bruin en geel tot tinten rood als wijn <br />
 <br />
Zacht overvloeit! - Wat sterve en wat verdwijn', <br />
 <br />
De eeuwige Schoonheid blijft te schooner over. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En eeuwig is, als Zij, wat in U wrocht, <br />
 <br />
Mijn Ziel, het licht, dat U Haar tegenvoerde <br />
 <br />
Tot waar Gij god en godgelijke U docht! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En toch, maar àl te vaak is, wijl ik zocht, <br />
 <br />
De schoonheid, die slechts even mij ontroerde, <br />
 <br />
Mijn arm ontvloôn, - voor ik ze omvatten mocht. -]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.: Liefde en Haat]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21641</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:06:15 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21641</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Liefde en Haat<br />
<br />
 <br />
Hoe àl-verscheiden zijn der menschen paden, <br />
 <br />
Hun handeling en onderlinge stand; - <br />
 <br />
Hoe àl-verschillend warmte en druk der hand <br />
 <br />
Van wie elkander wis'lend tegentraden! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zie, beurt'lings Liefde voegt en Haat ontspant, <br />
 <br />
Of voegt nog vaster, eens vereende draden: <br />
 <br />
Zij weven samen dien onscheidb'ren band, <br />
 <br />
Die mensch aan mensch, en daden bindt aan daden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ach, diep in 't hart is wel heel klaar geschreven, <br />
 <br />
Dat slechts in Liefde eeuwig Leven is, <br />
 <br />
Alleen in zielen, boven Haat verheven, - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch ons is niet de vrije keus gegeven: - <br />
 <br />
Wij worden eens tot beide saamgeweven, <br />
 <br />
Tot Liefde èn Haat, - hoe sterk ons streven is.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Liefde en Haat<br />
<br />
 <br />
Hoe àl-verscheiden zijn der menschen paden, <br />
 <br />
Hun handeling en onderlinge stand; - <br />
 <br />
Hoe àl-verschillend warmte en druk der hand <br />
 <br />
Van wie elkander wis'lend tegentraden! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zie, beurt'lings Liefde voegt en Haat ontspant, <br />
 <br />
Of voegt nog vaster, eens vereende draden: <br />
 <br />
Zij weven samen dien onscheidb'ren band, <br />
 <br />
Die mensch aan mensch, en daden bindt aan daden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ach, diep in 't hart is wel heel klaar geschreven, <br />
 <br />
Dat slechts in Liefde eeuwig Leven is, <br />
 <br />
Alleen in zielen, boven Haat verheven, - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch ons is niet de vrije keus gegeven: - <br />
 <br />
Wij worden eens tot beide saamgeweven, <br />
 <br />
Tot Liefde èn Haat, - hoe sterk ons streven is.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.: Dimanche Matin   J. Massenet]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21640</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:05:25 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21640</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Dimanche Matin <br />
J. Massenet<br />
<br />
 <br />
Ik pluk wat korenbloem en rijpe aren, <br />
 <br />
Die moeder zei 't Mariabeeld te geven, <br />
 <br />
‘Voor hen, die in den oorlog zijn gebleven,’ - <br />
 <br />
Zon ZIJ die voor hen allen dan bewaren? <br />
 <br />
  <br />
 <br />
't Is ook voor Vader; - 'k zag hem nooit - na jaren, <br />
 <br />
Zegt moeder, zal ze weder mèt hem leven; - <br />
 <br />
Doch sluit ze 't boek, waar dat zoo staat geschreven, <br />
 <br />
Dan zit ze droef toch voor zich uit te staren. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
- Waarom is Vader dood en wil die halmen <br />
 <br />
Niet laten bloeien waar de bijen zoemen? - <br />
 <br />
En stil het jongske peinst en staat te talmen. - 	<br />
 <br />
Doch, hoor, - daar dreunen reeds de orgelgalmen - <br />
 <br />
En 't knaapje gaat, en legt voor 't Beeld zijn bloemen, <br />
 <br />
En knielt er neer, - en staart in 't wierookwalmen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
Dimanche Matin <br />
J. Massenet<br />
<br />
 <br />
Ik pluk wat korenbloem en rijpe aren, <br />
 <br />
Die moeder zei 't Mariabeeld te geven, <br />
 <br />
‘Voor hen, die in den oorlog zijn gebleven,’ - <br />
 <br />
Zon ZIJ die voor hen allen dan bewaren? <br />
 <br />
  <br />
 <br />
't Is ook voor Vader; - 'k zag hem nooit - na jaren, <br />
 <br />
Zegt moeder, zal ze weder mèt hem leven; - <br />
 <br />
Doch sluit ze 't boek, waar dat zoo staat geschreven, <br />
 <br />
Dan zit ze droef toch voor zich uit te staren. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
- Waarom is Vader dood en wil die halmen <br />
 <br />
Niet laten bloeien waar de bijen zoemen? - <br />
 <br />
En stil het jongske peinst en staat te talmen. - 	<br />
 <br />
Doch, hoor, - daar dreunen reeds de orgelgalmen - <br />
 <br />
En 't knaapje gaat, en legt voor 't Beeld zijn bloemen, <br />
 <br />
En knielt er neer, - en staart in 't wierookwalmen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.: Morgendroom]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21639</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:04:13 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21639</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
<br />
Morgendroom<br />
<br />
 <br />
Des ochtends, in mijn bloemengaard gezeten, <br />
 <br />
Waar boom en heester praalt in lentepracht, <br />
 <br />
Heeft, wolkend boven knoppe' en bloesemvracht, <br />
 <br />
Heur warme wierook 't àl mij doen vergeten. 	<br />
<br />
 <br />
'k Heb droomend toen mijn diep geluk gemeten <br />
 <br />
Met vollen teug: - der zonne milde kracht, <br />
 <br />
Het tintlend gras, der duiven teed're klacht, <br />
 <br />
En stil mij met hun schoonheid één geweten. - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch plots, een voetgerucht, een zilvren lach, <br />
 <br />
En boven mij, omlijst van gouden lokken, <br />
 <br />
Verschijnt het liefst gelaat waar 'k ooit in zag; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En 'k ijl omhoog, dat ik U kussen mag, <br />
 <br />
Op beide oogen, die mij tot U trokken. <br />
 <br />
En groet in Uwen blik den nieuwen dag.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
<br />
<br />
Morgendroom<br />
<br />
 <br />
Des ochtends, in mijn bloemengaard gezeten, <br />
 <br />
Waar boom en heester praalt in lentepracht, <br />
 <br />
Heeft, wolkend boven knoppe' en bloesemvracht, <br />
 <br />
Heur warme wierook 't àl mij doen vergeten. 	<br />
<br />
 <br />
'k Heb droomend toen mijn diep geluk gemeten <br />
 <br />
Met vollen teug: - der zonne milde kracht, <br />
 <br />
Het tintlend gras, der duiven teed're klacht, <br />
 <br />
En stil mij met hun schoonheid één geweten. - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch plots, een voetgerucht, een zilvren lach, <br />
 <br />
En boven mij, omlijst van gouden lokken, <br />
 <br />
Verschijnt het liefst gelaat waar 'k ooit in zag; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En 'k ijl omhoog, dat ik U kussen mag, <br />
 <br />
Op beide oogen, die mij tot U trokken. <br />
 <br />
En groet in Uwen blik den nieuwen dag.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hijlsma, L.S.:  Levensgang (2)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21638</link>
			<pubDate>Sun, 12 Aug 2012 13:02:55 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21638</guid>
			<description><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
Levensgang<br />
<br />
II<br />
<br />
Ik deed den stouten stap en brak mijn oude banden, <br />
 <br />
En ben ver-wèg gegaan, het hoofd trotsch opgericht, <br />
 <br />
Tot waar een nieuw geluid en onbekend gezicht <br />
 <br />
Mij stuitten, aan mijns ouden werelds verste stranden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Daar heb ik lang gewoond, en zag de golven branden <br />
 <br />
En dond'ren op de kust, die voor geen branding zwicht, <br />
 <br />
Of ruischend lisp'len zacht, in zilvren avondlicht, <br />
 <br />
Een droeve melodie, langs klaterende wanden. - 	<br />
[p. 35]	<br />
 <br />
O Leven, dóór uw lied en duizendvoudig schoon <br />
 <br />
Heb ik uw leed gehoord, en zag uw ziel gebogen; - <br />
 <br />
Hoe vreemd was mij uw lach, uit uw verweende oogen - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O Zee, wie al uw trots en woede en smartbetoon <br />
 <br />
Slechts rimp'len 't oppervlak, doch niet ontroeren mogen <br />
 <br />
Uw grondelooze hart, van wee noch vreugd bewogen!<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
IV<br />
 <br />
Laat af! - Wij zijn tot strijd geroepen machten, - <br />
 <br />
Geen onzer die de hand den ander biedt; <br />
 <br />
En toch vermogen we éénen oorsprong niet <br />
 <br />
Te logenstraffe', al worst'len onze krachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gij waart de bron, het doel van mijn gedachten: <br />
 <br />
'k Heb liggen schreien om uw weenend lied, <br />
 <br />
Des nachts, wen maanlicht langs uw golven vliet, <br />
 <br />
En juichte, als in de zon zij gouden lachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch eens doorzag ik u: - mijn kennend oog <br />
 <br />
Weet uwer diepste diepten diepste gronden <br />
 <br />
En wat, voor elk verborgen, u bewoog. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En thans, ik stá, - een godheid, diep omhoog, <br />
 <br />
Het middenpunt van duizend wereldronden, <br />
 <br />
Mij zelf gelijk, wat keer GIJ nemen moog'.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[L.S. Hijlsma<br />
<br />
Levensgang<br />
<br />
II<br />
<br />
Ik deed den stouten stap en brak mijn oude banden, <br />
 <br />
En ben ver-wèg gegaan, het hoofd trotsch opgericht, <br />
 <br />
Tot waar een nieuw geluid en onbekend gezicht <br />
 <br />
Mij stuitten, aan mijns ouden werelds verste stranden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Daar heb ik lang gewoond, en zag de golven branden <br />
 <br />
En dond'ren op de kust, die voor geen branding zwicht, <br />
 <br />
Of ruischend lisp'len zacht, in zilvren avondlicht, <br />
 <br />
Een droeve melodie, langs klaterende wanden. - 	<br />
[p. 35]	<br />
 <br />
O Leven, dóór uw lied en duizendvoudig schoon <br />
 <br />
Heb ik uw leed gehoord, en zag uw ziel gebogen; - <br />
 <br />
Hoe vreemd was mij uw lach, uit uw verweende oogen - <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O Zee, wie al uw trots en woede en smartbetoon <br />
 <br />
Slechts rimp'len 't oppervlak, doch niet ontroeren mogen <br />
 <br />
Uw grondelooze hart, van wee noch vreugd bewogen!<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
IV<br />
 <br />
Laat af! - Wij zijn tot strijd geroepen machten, - <br />
 <br />
Geen onzer die de hand den ander biedt; <br />
 <br />
En toch vermogen we éénen oorsprong niet <br />
 <br />
Te logenstraffe', al worst'len onze krachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gij waart de bron, het doel van mijn gedachten: <br />
 <br />
'k Heb liggen schreien om uw weenend lied, <br />
 <br />
Des nachts, wen maanlicht langs uw golven vliet, <br />
 <br />
En juichte, als in de zon zij gouden lachten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Doch eens doorzag ik u: - mijn kennend oog <br />
 <br />
Weet uwer diepste diepten diepste gronden <br />
 <br />
En wat, voor elk verborgen, u bewoog. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En thans, ik stá, - een godheid, diep omhoog, <br />
 <br />
Het middenpunt van duizend wereldronden, <br />
 <br />
Mij zelf gelijk, wat keer GIJ nemen moog'.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Houthaeck, Tymen Kornelisz: Aan Samuel Coster]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21507</link>
			<pubDate>Sat, 11 Aug 2012 08:45:56 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21507</guid>
			<description><![CDATA[Tymen Kornelisz Houthaeck<br />
1647 - 1664<br />
<br />
<br />
<br />
Die oyt vermakelijck in Klucht of Boerterye <br />
 <br />
Te lesen soeckt, die lees my die vol soeticheyt <br />
 <br />
Van sin en woorden ben seer aenghenaem gheseyt, <br />
 <br />
 Gelijck ghy hooren sult aen Teeuvvis maet en vrye <br />
 <br />
Lof Coster, lof segh ick, comt u tot allen tye, <br />
 <br />
Vermits u Pen de roem van uwe naem verbreyt, <br />
 <br />
Dit spel dat is van u soo sinrijck uytgheleyt, <br />
 <br />
Dat het geneuchelijck doet yeder een verblye: <br />
 <br />
Daerom wie dat my leest, of immer lesen sal, <br />
 <br />
Recht op sijn Amsterdams, die sal my moeten prijsen, <br />
 <br />
Dus stuert, versendt my vry, van hier naer over al, <br />
 <br />
Dat my een Doctor schreef, dat kan ick elck bewijsen, <br />
 <br />
En dat het Crom-hout brant so vvel gelijck het recht <br />
 <br />
Dat beelt den Joncker af met Teeuvvis syne knecht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Tymen Kornelisz Houthaeck<br />
1647 - 1664<br />
<br />
<br />
<br />
Die oyt vermakelijck in Klucht of Boerterye <br />
 <br />
Te lesen soeckt, die lees my die vol soeticheyt <br />
 <br />
Van sin en woorden ben seer aenghenaem gheseyt, <br />
 <br />
 Gelijck ghy hooren sult aen Teeuvvis maet en vrye <br />
 <br />
Lof Coster, lof segh ick, comt u tot allen tye, <br />
 <br />
Vermits u Pen de roem van uwe naem verbreyt, <br />
 <br />
Dit spel dat is van u soo sinrijck uytgheleyt, <br />
 <br />
Dat het geneuchelijck doet yeder een verblye: <br />
 <br />
Daerom wie dat my leest, of immer lesen sal, <br />
 <br />
Recht op sijn Amsterdams, die sal my moeten prijsen, <br />
 <br />
Dus stuert, versendt my vry, van hier naer over al, <br />
 <br />
Dat my een Doctor schreef, dat kan ick elck bewijsen, <br />
 <br />
En dat het Crom-hout brant so vvel gelijck het recht <br />
 <br />
Dat beelt den Joncker af met Teeuvvis syne knecht.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[H.S.: DAts weer een wond op nieuw, het oude schaers ghenesen,]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21444</link>
			<pubDate>Tue, 07 Aug 2012 13:45:55 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21444</guid>
			<description><![CDATA[H.S.<br />
fl.: 1625 /1626<br />
<br />
<br />
Sonnet.<br />
 <br />
DAts weer een wond op nieuw, het oude schaers ghenesen, <br />
 <br />
Door wyse raat, door kracht, van Medecijn, van kruyt, <br />
 <br />
Ick sedt soo haestigh weer myn voet stadts poort niet wt: <br />
 <br />
Myn bloedt ontroert, 'thart klopt, ick dacht wat mach-me wesen! <br />
 <br />
Midrs sien ick op! daer staat en bralt myn Son gheresen, <br />
 <br />
En blinckt van roodt van wit, en purper als eenbruyt. <br />
 <br />
ô Hemel? Ist Fatael? wel wat off dit beduyt? <br />
 <br />
Ghen leven noch gheen doot, Myn sterven souick vreesen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maer waerom of sy doch soo dreutsich my toelachten? <br />
 <br />
'k gis wt medogentheydt, wech, wech, sotte ghedachten: <br />
 <br />
t' gebeurt maer by gheval, gaat heen bedroeft nae huys: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ghy quelt u selfs vergheefs, gaat op ghedachten bouwen <br />
 <br />
Kasteelen inde Lucht, haar woorden wilt onthouwen. <br />
 <br />
Sy gaet verblyt ter feest, en ick bedroeft met kruys.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[H.S.<br />
fl.: 1625 /1626<br />
<br />
<br />
Sonnet.<br />
 <br />
DAts weer een wond op nieuw, het oude schaers ghenesen, <br />
 <br />
Door wyse raat, door kracht, van Medecijn, van kruyt, <br />
 <br />
Ick sedt soo haestigh weer myn voet stadts poort niet wt: <br />
 <br />
Myn bloedt ontroert, 'thart klopt, ick dacht wat mach-me wesen! <br />
 <br />
Midrs sien ick op! daer staat en bralt myn Son gheresen, <br />
 <br />
En blinckt van roodt van wit, en purper als eenbruyt. <br />
 <br />
ô Hemel? Ist Fatael? wel wat off dit beduyt? <br />
 <br />
Ghen leven noch gheen doot, Myn sterven souick vreesen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maer waerom of sy doch soo dreutsich my toelachten? <br />
 <br />
'k gis wt medogentheydt, wech, wech, sotte ghedachten: <br />
 <br />
t' gebeurt maer by gheval, gaat heen bedroeft nae huys: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ghy quelt u selfs vergheefs, gaat op ghedachten bouwen <br />
 <br />
Kasteelen inde Lucht, haar woorden wilt onthouwen. <br />
 <br />
Sy gaet verblyt ter feest, en ick bedroeft met kruys.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hartoch, T.: Ghelijck een Arent hooch doorsweeft des Hemels tenten]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21422</link>
			<pubDate>Sun, 05 Aug 2012 17:31:27 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21422</guid>
			<description><![CDATA[T. Hartoch<br />
<br />
<br />
Klinck-dicht<br />
<br />
 <br />
Ghelijck een Arent hooch doorsweeft des Hemels tenten,<br />
 <br />
En door zijn scharp gesicht beoocht de lage aart, <br />
 <br />
Zo sweeft u vlugge geest (o Bredero) vermaart, <br />
 <br />
Wiens scharp verstandt uytbeeldt het dichtsel van u prenten.<br />
 <br />
  <br />
<br />
De zuyverheyt van spraack ghy hebt ghesocht te enten <br />
 <br />
Door vloeyend' soete rijm in ons Neerduytsche taal, <br />
 <br />
En gheeft ons 'trechte spoor van reden wickincx schaal,<br />
 <br />
Waar door ghy onsterflijck blijft bloeyend' in u lenten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De waarheyt van deez' zaack, de stomme sal't u segghen, <br />
<br />
Doorleest en wel herknaut, het werck zijn meester prijst, <br />
 <br />
Ghy vint de nutticheyt die uyt zijn spreucke rijst.<br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zo dat het Plautus zelf niet beter kon uytleggen: <br />
 <br />
Dies kan geen traghe tong de roem van deez' Poeet <br />
 <br />
Na waart wtspreken 'tloon, 'tgheen aan hem is besteet.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[T. Hartoch<br />
<br />
<br />
Klinck-dicht<br />
<br />
 <br />
Ghelijck een Arent hooch doorsweeft des Hemels tenten,<br />
 <br />
En door zijn scharp gesicht beoocht de lage aart, <br />
 <br />
Zo sweeft u vlugge geest (o Bredero) vermaart, <br />
 <br />
Wiens scharp verstandt uytbeeldt het dichtsel van u prenten.<br />
 <br />
  <br />
<br />
De zuyverheyt van spraack ghy hebt ghesocht te enten <br />
 <br />
Door vloeyend' soete rijm in ons Neerduytsche taal, <br />
 <br />
En gheeft ons 'trechte spoor van reden wickincx schaal,<br />
 <br />
Waar door ghy onsterflijck blijft bloeyend' in u lenten. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De waarheyt van deez' zaack, de stomme sal't u segghen, <br />
<br />
Doorleest en wel herknaut, het werck zijn meester prijst, <br />
 <br />
Ghy vint de nutticheyt die uyt zijn spreucke rijst.<br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zo dat het Plautus zelf niet beter kon uytleggen: <br />
 <br />
Dies kan geen traghe tong de roem van deez' Poeet <br />
 <br />
Na waart wtspreken 'tloon, 'tgheen aan hem is besteet.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hoorn, Israël Iacobsz. tot: op het Schilder-boeck van C. v. M]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21349</link>
			<pubDate>Sun, 05 Aug 2012 12:36:34 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21349</guid>
			<description><![CDATA[Israël Iacobsz. tot Hoorn.<br />
<br />
<br />
Sonnet, op het Schilder-boeck van C. v. M. <br />
<br />
 <br />
Ghy hoogh-begaefd', in Const van Schilderijen, <br />
 <br />
Draeght doch geen moedt, al is van duysent een <br />
 <br />
Nau uws ghelijck. V goet verstands door reen, <br />
 <br />
Toont in d'hoovaerd te setten gants besijen. <br />
 <br />
Die Const is schoon, maer schoonder t'allen tijen <br />
 <br />
Een constigh gheest, die gheestlijck hem laet leen: <br />
 <br />
Dees, door Gods Gheest, die gaef can onderscheen, <br />
 <br />
En oock door dien weet eyghen eer te mijen. <br />
 <br />
Soo Mander heeft ghebreydelt d'eyghen eer, <br />
 <br />
Dat ick (alst hoord') zijn lof niet dar uytspreken: <br />
 <br />
Dies swijght mijn Pen, die anders sou veel meer <br />
 <br />
Der nieuwer lof by d'oud' hebben verleken, <br />
 <br />
Heerlijck ten toon: daerom prijs' ick niet seer. <br />
 <br />
Hun eyghen strael, sal als de Son doorbreken.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Israël Iacobsz. tot Hoorn.<br />
<br />
<br />
Sonnet, op het Schilder-boeck van C. v. M. <br />
<br />
 <br />
Ghy hoogh-begaefd', in Const van Schilderijen, <br />
 <br />
Draeght doch geen moedt, al is van duysent een <br />
 <br />
Nau uws ghelijck. V goet verstands door reen, <br />
 <br />
Toont in d'hoovaerd te setten gants besijen. <br />
 <br />
Die Const is schoon, maer schoonder t'allen tijen <br />
 <br />
Een constigh gheest, die gheestlijck hem laet leen: <br />
 <br />
Dees, door Gods Gheest, die gaef can onderscheen, <br />
 <br />
En oock door dien weet eyghen eer te mijen. <br />
 <br />
Soo Mander heeft ghebreydelt d'eyghen eer, <br />
 <br />
Dat ick (alst hoord') zijn lof niet dar uytspreken: <br />
 <br />
Dies swijght mijn Pen, die anders sou veel meer <br />
 <br />
Der nieuwer lof by d'oud' hebben verleken, <br />
 <br />
Heerlijck ten toon: daerom prijs' ick niet seer. <br />
 <br />
Hun eyghen strael, sal als de Son doorbreken.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>