<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - ND-Autoren AB]]></title>
		<link>https://sonett-archiv.com/forum/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett-archiv.com/forum]]></description>
		<pubDate>Fri, 01 May 2026 00:03:27 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Julius de: Het licht der avondzon]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23826</link>
			<pubDate>Tue, 01 Jan 2019 10:47:03 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23826</guid>
			<description><![CDATA[Het licht der avondzon wordt fijn geweven<br />
 Op blad en tak waar 't gutsend langs de stammen<br />
 Die mos en braam en klimveil vast omklammen<br />
 Kleurt gulden gansch den boschrand hoog verheven.<br />
  <br />
O, ginds op 't koorn als vele roode vlammen<br />
 In 't late licht der zon klaprozen beven,<br />
 Tot waar aan schemerende hemeldammen<br />
 Langs fulpen wouden blauwe nevels zweven.<br />
  <br />
De roode zon in telkens sneller dalen<br />
 Wordt groot en grooter, - tot z' in gruis van stralen<br />
 Voor 't laatst nog volschoon brandt, de glanzen stroomen<br />
 Op 't wijde land tot aan de verste zoomen....<br />
  <br />
Dan wordt het nacht en wat nog om mocht dwalen<br />
 Langs woud en veld en horizont zijn droomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Het licht der avondzon wordt fijn geweven<br />
 Op blad en tak waar 't gutsend langs de stammen<br />
 Die mos en braam en klimveil vast omklammen<br />
 Kleurt gulden gansch den boschrand hoog verheven.<br />
  <br />
O, ginds op 't koorn als vele roode vlammen<br />
 In 't late licht der zon klaprozen beven,<br />
 Tot waar aan schemerende hemeldammen<br />
 Langs fulpen wouden blauwe nevels zweven.<br />
  <br />
De roode zon in telkens sneller dalen<br />
 Wordt groot en grooter, - tot z' in gruis van stralen<br />
 Voor 't laatst nog volschoon brandt, de glanzen stroomen<br />
 Op 't wijde land tot aan de verste zoomen....<br />
  <br />
Dan wordt het nacht en wat nog om mocht dwalen<br />
 Langs woud en veld en horizont zijn droomen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Alfen, Herm. P.J. van.]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23499</link>
			<pubDate>Sat, 24 Nov 2018 14:44:10 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=23499</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Herm. P.J. van Alfen.</span><br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Berinnering.</span><br />
Aan L.H.D. <br />
‘Kinders spelen... <br />
... 'k ben geen kind.... <br />
'k Heb, helaas, te vroeg bemind!’<br />
<br />
<br />
I.<br />
 <br />
'k Heb drie jaar lang het zwijgen nu gedragen<br />
 der liefste, die zoo vurig weid bemind<br />
 door 't argloos, jeugdig hart - gelijk een kind<br />
 van zijnen meester dragen moet de slagen.<br />
 <br />
Toch wil ik, Vrouwe, geen erbarmen vragen<br />
 dan U alleen, die mij onzichtbaar bindt<br />
 aan 't hart, welks liefde ik nergens wedervind:<br />
 Heb meelij met mijn droevig, somber klagen!<br />
   <br />
Gelijk een kathedraal bij feestvierstemming<br />
 haar zuilen hult in waas van rozengeur<br />
 en 't outer schittert door een zee van licht -<br />
  <br />
zoo was 't gemoed, bevrijd van hartsbeklemming,<br />
 waarin ik thans 't verledene betreur,<br />
 met moeite torsend 't looden lotsgericht.<br />
<br />
<br />
II.<br />
 <br />
Wij speelden saam, als kindren knusjes spelen<br />
 met lottospel, het teed're spel der min.<br />
 Dra gingen wij de kaarten aan 't verdeelen -<br />
 voor inzet stond ons beider leven in.<br />
  <br />
Onschuldig tijdverdrijf! ‘Zie, zie, wij schelen<br />
 al dertien oogen’ riept gij, blij van zin;<br />
 de kansen keerden, en toen ik: ‘Ik win,’<br />
 en dan gij weer, maar nooit zou 't ons vervelen.<br />
  <br />
Zoo vlood ons leven onder kienspel door:<br />
 Gij hadt het mijn', en ik het uw' gewonnen,<br />
 totdat gij deedt dien droevig wreeden zet.<br />
  <br />
Toen naamt ge uw hart, doch 't mijne ging te loor -<br />
 Mijn God! mijn God! wat was ik toch begonnen,<br />
 dat 'k op dit spel niet vroeger heb gelet!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Herm. P.J. van Alfen.</span><br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Berinnering.</span><br />
Aan L.H.D. <br />
‘Kinders spelen... <br />
... 'k ben geen kind.... <br />
'k Heb, helaas, te vroeg bemind!’<br />
<br />
<br />
I.<br />
 <br />
'k Heb drie jaar lang het zwijgen nu gedragen<br />
 der liefste, die zoo vurig weid bemind<br />
 door 't argloos, jeugdig hart - gelijk een kind<br />
 van zijnen meester dragen moet de slagen.<br />
 <br />
Toch wil ik, Vrouwe, geen erbarmen vragen<br />
 dan U alleen, die mij onzichtbaar bindt<br />
 aan 't hart, welks liefde ik nergens wedervind:<br />
 Heb meelij met mijn droevig, somber klagen!<br />
   <br />
Gelijk een kathedraal bij feestvierstemming<br />
 haar zuilen hult in waas van rozengeur<br />
 en 't outer schittert door een zee van licht -<br />
  <br />
zoo was 't gemoed, bevrijd van hartsbeklemming,<br />
 waarin ik thans 't verledene betreur,<br />
 met moeite torsend 't looden lotsgericht.<br />
<br />
<br />
II.<br />
 <br />
Wij speelden saam, als kindren knusjes spelen<br />
 met lottospel, het teed're spel der min.<br />
 Dra gingen wij de kaarten aan 't verdeelen -<br />
 voor inzet stond ons beider leven in.<br />
  <br />
Onschuldig tijdverdrijf! ‘Zie, zie, wij schelen<br />
 al dertien oogen’ riept gij, blij van zin;<br />
 de kansen keerden, en toen ik: ‘Ik win,’<br />
 en dan gij weer, maar nooit zou 't ons vervelen.<br />
  <br />
Zoo vlood ons leven onder kienspel door:<br />
 Gij hadt het mijn', en ik het uw' gewonnen,<br />
 totdat gij deedt dien droevig wreeden zet.<br />
  <br />
Toen naamt ge uw hart, doch 't mijne ging te loor -<br />
 Mijn God! mijn God! wat was ik toch begonnen,<br />
 dat 'k op dit spel niet vroeger heb gelet!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Jules de: Winternacht]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22068</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 14:49:08 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22068</guid>
			<description><![CDATA[Jules de Boer<br />
 fl. 1901<br />
<br />
<br />
Winternacht.<br />
<br />
<br />
 <br />
Mij scheen de zon in nevelen vergaan, <br />
 <br />
Zoo was de dag met sneeuw en damp bevracht. <br />
 <br />
Nu strooit de nacht op aarde- en hemelbaan <br />
 <br />
Veel lichten, maar waarin geen vreugde lacht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
In 't wazig schemerlicht blijf 'k eenzaam staan <br />
 <br />
In weemoed diep, maar zonder woord van klacht. <br />
 <br />
Ik zie het nachtmysterie peinzend aan, <br />
 <br />
Als in een droom, geboeid door toovermacht ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het koele zilverlicht der volle maan <br />
 <br />
En starren wijd verstrooid doorschijnend zacht <br />
 <br />
Het stil en grootsch heelal, waar roerloos staan <br />
 <br />
De fijn getakte kruinen sneeuwbelaân. <br />
 <br />
O, zie die stille koude schitterpracht <br />
 <br />
Der witte boomen in den winternacht!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jules de Boer<br />
 fl. 1901<br />
<br />
<br />
Winternacht.<br />
<br />
<br />
 <br />
Mij scheen de zon in nevelen vergaan, <br />
 <br />
Zoo was de dag met sneeuw en damp bevracht. <br />
 <br />
Nu strooit de nacht op aarde- en hemelbaan <br />
 <br />
Veel lichten, maar waarin geen vreugde lacht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
In 't wazig schemerlicht blijf 'k eenzaam staan <br />
 <br />
In weemoed diep, maar zonder woord van klacht. <br />
 <br />
Ik zie het nachtmysterie peinzend aan, <br />
 <br />
Als in een droom, geboeid door toovermacht ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het koele zilverlicht der volle maan <br />
 <br />
En starren wijd verstrooid doorschijnend zacht <br />
 <br />
Het stil en grootsch heelal, waar roerloos staan <br />
 <br />
De fijn getakte kruinen sneeuwbelaân. <br />
 <br />
O, zie die stille koude schitterpracht <br />
 <br />
Der witte boomen in den winternacht!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Jules de: Octoberonweer]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22067</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 14:48:30 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22067</guid>
			<description><![CDATA[Jules de Boer<br />
 fl. 1901<br />
<br />
<br />
Octoberonweer.<br />
<br />
 <br />
Een donderslag davert in doffe zwaarte <br />
 <br />
Langs somb're velden, bosschen, heuvelklingen. <br />
 <br />
O, hoe in angst'ge stilt' blauwlichte klaarte <br />
 <br />
Des weerlichts vlamt door verre avondkringen ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Weer volgt de donder, die in groot gevaarte <br />
 <br />
Door 't luchtruim dreunt in dieper schemeringen. <br />
 <br />
Dan daalt na even stilte op 't dicht geblaarte <br />
 <br />
Een regen neer, en wekt herinneringen ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het onweer wijkt, verrommelt in de verte ... <br />
 <br />
En in het koel geruisch van milden regen, <br />
 <br />
In 't duistergroen geboomt', hoor ik een zang ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Daal' in mijn ziele rust die ik zoo verlang ... <br />
 <br />
Kalm en weemoedig zweeft langs d'avondwegen <br />
 <br />
Muziek van droom en lied tot 't hoog gesternte...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jules de Boer<br />
 fl. 1901<br />
<br />
<br />
Octoberonweer.<br />
<br />
 <br />
Een donderslag davert in doffe zwaarte <br />
 <br />
Langs somb're velden, bosschen, heuvelklingen. <br />
 <br />
O, hoe in angst'ge stilt' blauwlichte klaarte <br />
 <br />
Des weerlichts vlamt door verre avondkringen ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Weer volgt de donder, die in groot gevaarte <br />
 <br />
Door 't luchtruim dreunt in dieper schemeringen. <br />
 <br />
Dan daalt na even stilte op 't dicht geblaarte <br />
 <br />
Een regen neer, en wekt herinneringen ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het onweer wijkt, verrommelt in de verte ... <br />
 <br />
En in het koel geruisch van milden regen, <br />
 <br />
In 't duistergroen geboomt', hoor ik een zang ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Daal' in mijn ziele rust die ik zoo verlang ... <br />
 <br />
Kalm en weemoedig zweeft langs d'avondwegen <br />
 <br />
Muziek van droom en lied tot 't hoog gesternte...]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Jules de: Held're nacht]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22066</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 14:47:39 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=22066</guid>
			<description><![CDATA[Jules de Boer<br />
fl. 1901<br />
<br />
<br />
Held're nacht.<br />
<br />
 <br />
De nacht is als een zee van licht waar deint <br />
 <br />
De zilv'ren maan laag aan der aarde zoom, <br />
 <br />
Die stijgt omhoog aan nachtelijken doom <br />
 <br />
En zich in 't vloeiend licht in glans verreint. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O Lief! op donk're aarde rijst een gloom <br />
 <br />
En gouden nevel tot symbolen lijnt, - <br />
 <br />
Het is altoos uw Beeld dat als in droom <br />
 <br />
In glans der eeuw'ge starren mij verschijnt ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mij licht uit held're nacht nog reiner glans <br />
 <br />
Dan van de heem'len straalt. Daar is ontloken <br />
 <br />
Mijn droom tot lichtend lied, en aan den trans <br />
 <br />
Zoek ik mijn rust in rijk van droom en lied, - <br />
 <br />
In gouden schaduw eenzaam weggedoken, <br />
 <br />
Tot d'ochtend weer langs doffe starren vliedt ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jules de Boer<br />
fl. 1901<br />
<br />
<br />
Held're nacht.<br />
<br />
 <br />
De nacht is als een zee van licht waar deint <br />
 <br />
De zilv'ren maan laag aan der aarde zoom, <br />
 <br />
Die stijgt omhoog aan nachtelijken doom <br />
 <br />
En zich in 't vloeiend licht in glans verreint. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O Lief! op donk're aarde rijst een gloom <br />
 <br />
En gouden nevel tot symbolen lijnt, - <br />
 <br />
Het is altoos uw Beeld dat als in droom <br />
 <br />
In glans der eeuw'ge starren mij verschijnt ... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mij licht uit held're nacht nog reiner glans <br />
 <br />
Dan van de heem'len straalt. Daar is ontloken <br />
 <br />
Mijn droom tot lichtend lied, en aan den trans <br />
 <br />
Zoek ik mijn rust in rijk van droom en lied, - <br />
 <br />
In gouden schaduw eenzaam weggedoken, <br />
 <br />
Tot d'ochtend weer langs doffe starren vliedt ...]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Jul. J.C. de: Vogelenzang]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21998</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 12:16:16 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21998</guid>
			<description><![CDATA[Jul. J.C. de Boer<br />
 fl. 1899<br />
<br />
<br />
Vogelenzang.<br />
<br />
<br />
 <br />
Wat blijde weelde van gezang stijgt uit <br />
 <br />
Het zonnig zomerbosch! O, hoor 't gestage <br />
 <br />
Dooréén van duizend toontjes hooge en lage; <br />
 <br />
Hoe juub'lend elke zanger viert zijn bruid! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De schuwe zwarte merel klaat'rend fluit <br />
 <br />
En scheert in vluggen boog schuin langs de hagen, <br />
 <br />
Strijkt neer, en wipt, kijkt om.... maar durft 't niet wagen, <br />
 <br />
Vlucht weg in 't bosch.... en schaat'rend sterft 't geluid. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, hoor, hoe daar de koekoek roept, verscholen <br />
 <br />
Heel diep in 't hout, roept blijde keer op keer.... <br />
 <br />
Totdat, als suizelend de nacht daalt neer, <br />
 <br />
De nachtegaal uitjubelt als violen <br />
 <br />
Zijn klanken, paer'lend in het lichte meer <br />
 <br />
Waar zilv ren maan en sterren weem'lend dolen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jul. J.C. de Boer<br />
 fl. 1899<br />
<br />
<br />
Vogelenzang.<br />
<br />
<br />
 <br />
Wat blijde weelde van gezang stijgt uit <br />
 <br />
Het zonnig zomerbosch! O, hoor 't gestage <br />
 <br />
Dooréén van duizend toontjes hooge en lage; <br />
 <br />
Hoe juub'lend elke zanger viert zijn bruid! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De schuwe zwarte merel klaat'rend fluit <br />
 <br />
En scheert in vluggen boog schuin langs de hagen, <br />
 <br />
Strijkt neer, en wipt, kijkt om.... maar durft 't niet wagen, <br />
 <br />
Vlucht weg in 't bosch.... en schaat'rend sterft 't geluid. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, hoor, hoe daar de koekoek roept, verscholen <br />
 <br />
Heel diep in 't hout, roept blijde keer op keer.... <br />
 <br />
Totdat, als suizelend de nacht daalt neer, <br />
 <br />
De nachtegaal uitjubelt als violen <br />
 <br />
Zijn klanken, paer'lend in het lichte meer <br />
 <br />
Waar zilv ren maan en sterren weem'lend dolen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boer, Jul. J.C. de: Twee lente-sonnetten (2)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21997</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 12:15:35 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21997</guid>
			<description><![CDATA[Jul. J.C. de Boer<br />
fl. 1899<br />
<br />
<br />
Twee lente-sonnetten.<br />
<br />
<br />
 <br />
Er blinken reepen gouden zonneschijn <br />
 <br />
Door fulpen schaduwen van 't lentewoud, <br />
 <br />
Waar, als de wind er ruischt, het zonnegoud <br />
 <br />
Verstuift in grill'ge vormen en gelijn. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wat jubelend gezang klinkt door het hout, <br />
 <br />
Dat echoot paar'lend weer heur klanken rein, <br />
 <br />
Hoe murmelt blij de beek en vliet langs fijn <br />
 <br />
Bebloemde boorden door het ruchtig woud. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, blonde Lent'! 'k Strek d'armen naar U heen!.... <br />
 <br />
Hoe gouden is Uw golvend haar, hoe licht <br />
 <br />
En rein Uw oog, hoe ruischt het bloemig kleed <br />
 <br />
Om blanke heupen, borst en armen heen!.... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mijn Lief, mijn Al, ik zag Uw Beeld! o, weet: <br />
 <br />
Ik spreek Uw naam, ik zie Uw klaar Gezicht! 	<br />
<br />
<br />
<br />
II.<br />
<br />
 <br />
Het scheem'rend oogenlicht en golvend haar, <br />
 <br />
't Gebogen hoofd en 't maanlicht-kleed in plooien, - <br />
 <br />
Zacht zwevend in een schijnsel op 't gebaar <br />
 <br />
Van d'avond-stroom, en vluchtend langs de glooien <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van 't fulpen woud, - zij lacht en weet hoe mooi 'n <br />
 <br />
Lichtschijn is óm haar, die met week gebaar <br />
 <br />
En stem er zweeft: wel lijkt 't als bloeme-strooien <br />
 <br />
Dat lichtend nacht begoot, of 't maanlicht waar'. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, 't lichten van heur stem....: besnaarde wind <br />
 <br />
Boog om de kim, zeeg op de heuv'len neer.... <br />
 <br />
Was 't boschgeruisch van ver....? Zil'vrig getint <br />
 <br />
Van dropjes door het loof....? Van regen 't teer <br />
 <br />
Gesuis op zee....? Wie haar in scheem'ring vindt? <br />
 <br />
Zij vlucht, en duikt in 't starrenlichte meer.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jul. J.C. de Boer<br />
fl. 1899<br />
<br />
<br />
Twee lente-sonnetten.<br />
<br />
<br />
 <br />
Er blinken reepen gouden zonneschijn <br />
 <br />
Door fulpen schaduwen van 't lentewoud, <br />
 <br />
Waar, als de wind er ruischt, het zonnegoud <br />
 <br />
Verstuift in grill'ge vormen en gelijn. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wat jubelend gezang klinkt door het hout, <br />
 <br />
Dat echoot paar'lend weer heur klanken rein, <br />
 <br />
Hoe murmelt blij de beek en vliet langs fijn <br />
 <br />
Bebloemde boorden door het ruchtig woud. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, blonde Lent'! 'k Strek d'armen naar U heen!.... <br />
 <br />
Hoe gouden is Uw golvend haar, hoe licht <br />
 <br />
En rein Uw oog, hoe ruischt het bloemig kleed <br />
 <br />
Om blanke heupen, borst en armen heen!.... <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Mijn Lief, mijn Al, ik zag Uw Beeld! o, weet: <br />
 <br />
Ik spreek Uw naam, ik zie Uw klaar Gezicht! 	<br />
<br />
<br />
<br />
II.<br />
<br />
 <br />
Het scheem'rend oogenlicht en golvend haar, <br />
 <br />
't Gebogen hoofd en 't maanlicht-kleed in plooien, - <br />
 <br />
Zacht zwevend in een schijnsel op 't gebaar <br />
 <br />
Van d'avond-stroom, en vluchtend langs de glooien <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van 't fulpen woud, - zij lacht en weet hoe mooi 'n <br />
 <br />
Lichtschijn is óm haar, die met week gebaar <br />
 <br />
En stem er zweeft: wel lijkt 't als bloeme-strooien <br />
 <br />
Dat lichtend nacht begoot, of 't maanlicht waar'. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
O, 't lichten van heur stem....: besnaarde wind <br />
 <br />
Boog om de kim, zeeg op de heuv'len neer.... <br />
 <br />
Was 't boschgeruisch van ver....? Zil'vrig getint <br />
 <br />
Van dropjes door het loof....? Van regen 't teer <br />
 <br />
Gesuis op zee....? Wie haar in scheem'ring vindt? <br />
 <br />
Zij vlucht, en duikt in 't starrenlichte meer.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boddaert, Marie: Woud bij nacht]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21995</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 12:06:17 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21995</guid>
			<description><![CDATA[Marie Boddaert<br />
<br />
<br />
Woud bij nacht.<br />
 <br />
<br />
<br />
Luister.... tusschen de stammen van het woud <br />
 <br />
Gaan zachte schreden... zacht en zachter: 't Leven <br />
 <br />
Dat wegtrekt en zich neervlijt. Alle dreven <br />
 <br />
Zijn leeg nu van geluid; de Stilte houdt <br />
 <br />
Haar intree en de Schemering, gedreven <br />
 <br />
Door haren broeder Nacht, bluscht snel het goud <br />
 <br />
En alle purperglansjes, die op 't hout <br />
 <br />
En op de verre wolken zijn verhieven. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De stammen witten òp een wijle in 't dicht <br />
 <br />
Neervallend vaal als bleek gebeeide zuilen <br />
 <br />
Van droometempel zwijmend voor 't gezicht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan wèg - als lichaamloos - zuilen en tuilen <br />
 <br />
Van slapend loof; wèg in 't aldonkrend zijgen <br />
 <br />
De ruimte in 't rond.... Zwarter het zware zwijgen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Marie Boddaert<br />
<br />
<br />
Woud bij nacht.<br />
 <br />
<br />
<br />
Luister.... tusschen de stammen van het woud <br />
 <br />
Gaan zachte schreden... zacht en zachter: 't Leven <br />
 <br />
Dat wegtrekt en zich neervlijt. Alle dreven <br />
 <br />
Zijn leeg nu van geluid; de Stilte houdt <br />
 <br />
Haar intree en de Schemering, gedreven <br />
 <br />
Door haren broeder Nacht, bluscht snel het goud <br />
 <br />
En alle purperglansjes, die op 't hout <br />
 <br />
En op de verre wolken zijn verhieven. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De stammen witten òp een wijle in 't dicht <br />
 <br />
Neervallend vaal als bleek gebeeide zuilen <br />
 <br />
Van droometempel zwijmend voor 't gezicht. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan wèg - als lichaamloos - zuilen en tuilen <br />
 <br />
Van slapend loof; wèg in 't aldonkrend zijgen <br />
 <br />
De ruimte in 't rond.... Zwarter het zware zwijgen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boddaert, Marie: Lente-Boomgaard]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21994</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 12:05:48 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21994</guid>
			<description><![CDATA[Marie Boddaert<br />
 1844 - 1914 Niederlande<br />
<br />
<br />
Lente-Boomgaard.<br />
<br />
<br />
 <br />
Hier is jonge aaide één wijde bloesemhalle. <br />
 <br />
Boomen en boompjes, zoover de oogen reiken, <br />
 <br />
Doen takske aan takske in gulle blankheid prijken <br />
 <br />
Van bloesemsneeuw, sneeuwigste sneeuw van alle. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Is 't niet of uit zonhemel neer kwam strijken <br />
 <br />
Een vlncht van vlindertjes, zóó neergevallen <br />
 <br />
In droomerig verpoozen? Duizendtallen <br />
 <br />
Van vlerkjes fijn, die vleugelbloempjes blijken. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Al mondjes 't leven drinkend in de lucht, <br />
 <br />
Gretig, intens; en 't goudlicht neergezegen <br />
 <br />
Liefkoost en koestert ze. - Ritsling van vlucht <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van klemen vogel even.... Dan bewegen <br />
 <br />
Noch ritslen meer.... Ál stilte, àl teerheid: zacht <br />
 <br />
Om ons van 't leven mysterieuze macht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Marie Boddaert<br />
 1844 - 1914 Niederlande<br />
<br />
<br />
Lente-Boomgaard.<br />
<br />
<br />
 <br />
Hier is jonge aaide één wijde bloesemhalle. <br />
 <br />
Boomen en boompjes, zoover de oogen reiken, <br />
 <br />
Doen takske aan takske in gulle blankheid prijken <br />
 <br />
Van bloesemsneeuw, sneeuwigste sneeuw van alle. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Is 't niet of uit zonhemel neer kwam strijken <br />
 <br />
Een vlncht van vlindertjes, zóó neergevallen <br />
 <br />
In droomerig verpoozen? Duizendtallen <br />
 <br />
Van vlerkjes fijn, die vleugelbloempjes blijken. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Al mondjes 't leven drinkend in de lucht, <br />
 <br />
Gretig, intens; en 't goudlicht neergezegen <br />
 <br />
Liefkoost en koestert ze. - Ritsling van vlucht <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van klemen vogel even.... Dan bewegen <br />
 <br />
Noch ritslen meer.... Ál stilte, àl teerheid: zacht <br />
 <br />
Om ons van 't leven mysterieuze macht.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boddaert, Marie: Kinderoogen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21993</link>
			<pubDate>Sat, 18 Aug 2012 12:04:54 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21993</guid>
			<description><![CDATA[Marie Boddaert<br />
1844 - 1914 Niederlande<br />
<br />
<br />
Kinderoogen.<br />
<br />
<br />
 <br />
Lente-oogen, waar 't lentzonnetje in gaat schijnen, <br />
 <br />
Zoodra de wimpervenstertjes ontsluiten; <br />
 <br />
Spiegeltjes klaar die geen menschwereld buiten, <br />
 <br />
Maar 't eigen lentezieltje doen weerschijnen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo rustig rein dat ze in hun kristallijnen <br />
 <br />
Glanstooverkring al 't duistre buitensluiten; <br />
 <br />
Boodschappertjes van heil die zachtkens stuiten <br />
 <br />
Verbitterd woord van wie in treurnis kwijnen; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wijsgeertjes onbewust, die in één enklen <br />
 <br />
Opslag zoo helder leeren wat het leven <br />
 <br />
Zou zijn als lust en ijdelheid niet waren; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Sproke-oogen, die nog 't aangezicht der englen <br />
 <br />
Aanschouwe' en tegenlachen, en ons even <br />
 <br />
De macht van 't Reine en Lieflijke openbaren!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Marie Boddaert<br />
1844 - 1914 Niederlande<br />
<br />
<br />
Kinderoogen.<br />
<br />
<br />
 <br />
Lente-oogen, waar 't lentzonnetje in gaat schijnen, <br />
 <br />
Zoodra de wimpervenstertjes ontsluiten; <br />
 <br />
Spiegeltjes klaar die geen menschwereld buiten, <br />
 <br />
Maar 't eigen lentezieltje doen weerschijnen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zoo rustig rein dat ze in hun kristallijnen <br />
 <br />
Glanstooverkring al 't duistre buitensluiten; <br />
 <br />
Boodschappertjes van heil die zachtkens stuiten <br />
 <br />
Verbitterd woord van wie in treurnis kwijnen; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Wijsgeertjes onbewust, die in één enklen <br />
 <br />
Opslag zoo helder leeren wat het leven <br />
 <br />
Zou zijn als lust en ijdelheid niet waren; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Sproke-oogen, die nog 't aangezicht der englen <br />
 <br />
Aanschouwe' en tegenlachen, en ons even <br />
 <br />
De macht van 't Reine en Lieflijke openbaren!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Beaumont, Simon van: Aen ionck-vrouw Anna Roemers, op haer Manet altâ mente repostum,]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21504</link>
			<pubDate>Sat, 11 Aug 2012 08:38:18 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21504</guid>
			<description><![CDATA[Simon van Beaumont<br />
 (1574 - 1654)<br />
<br />
<br />
Aen ionck-vrouw Anna Roemers, op haer Manet altâ mente repostum, gegraveert in een Glas.<br />
 <br />
<br />
Wat isser dat u blijft so diep int hert geschreven, <br />
 <br />
O waerde Roem, en eer van 't maeghdelijck gheslacht, <br />
 <br />
Van naelde-konst, verstandt, Pallas gelijck geacht, <br />
 <br />
Dat ghy, als Iuno, wildt vergeten noch vergeven? <br />
 <br />
Om 't vonnis teghen haer, by Priams soon gegeven, <br />
 <br />
Heeft sy, ô wreede wraeck! heel Troja, met haer pracht <br />
 <br />
Deerlijck door sweerdt en vyer, in bloed en asch gebracht. <br />
 <br />
Maer wat hebb' ick so swaer doch tegen u bedreven? <br />
 <br />
Ick weet wel mijn ghebreck, maer weet oock raedt daer toe, <br />
 <br />
Dat ick met nieuwe vlijt, neerstige boete doe, <br />
 <br />
Dat sal dan u gemoedt wel tegens my versachten; <br />
 <br />
So niet, dan denck ick noch, het dreygen, dat ick las, <br />
 <br />
Was wel met diamant geschreven, maer op glas: <br />
 <br />
Glas is broos, so is oock den toorn in u gedachten.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Simon van Beaumont<br />
 (1574 - 1654)<br />
<br />
<br />
Aen ionck-vrouw Anna Roemers, op haer Manet altâ mente repostum, gegraveert in een Glas.<br />
 <br />
<br />
Wat isser dat u blijft so diep int hert geschreven, <br />
 <br />
O waerde Roem, en eer van 't maeghdelijck gheslacht, <br />
 <br />
Van naelde-konst, verstandt, Pallas gelijck geacht, <br />
 <br />
Dat ghy, als Iuno, wildt vergeten noch vergeven? <br />
 <br />
Om 't vonnis teghen haer, by Priams soon gegeven, <br />
 <br />
Heeft sy, ô wreede wraeck! heel Troja, met haer pracht <br />
 <br />
Deerlijck door sweerdt en vyer, in bloed en asch gebracht. <br />
 <br />
Maer wat hebb' ick so swaer doch tegen u bedreven? <br />
 <br />
Ick weet wel mijn ghebreck, maer weet oock raedt daer toe, <br />
 <br />
Dat ick met nieuwe vlijt, neerstige boete doe, <br />
 <br />
Dat sal dan u gemoedt wel tegens my versachten; <br />
 <br />
So niet, dan denck ick noch, het dreygen, dat ick las, <br />
 <br />
Was wel met diamant geschreven, maer op glas: <br />
 <br />
Glas is broos, so is oock den toorn in u gedachten.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Boulisz, Jan:  Doen Achelous bedroeft, om 't verlies van zyn Hooren]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21485</link>
			<pubDate>Thu, 09 Aug 2012 14:10:03 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21485</guid>
			<description><![CDATA[Jan Boulisz<br />
16tes Jahrhundert Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Doen Achelous bedroeft, om 't verlies van zyn Hooren, <br />
 <br />
Die Hercules met kracht, toornig, had afgebrooken, <br />
 <br />
Van schaemt bewond zyn Hooft met Riedt, en is gedooken <br />
 <br />
Beneen na zyn Spelonk, niet dorvend' komen voren; <br />
 <br />
Want hy meend', dat die was geheel end' al verloren, 	<br />
 <br />
Doen treedt een Nymphe toe, en heeft hem aengesprooken, <br />
 <br />
Bedroeft u niet, maer zyt in vreugden wyt ontlooken, <br />
 <br />
Want ghy 't geen u behaegt sult van u Hooren hooren. <br />
 <br />
Siet Neptun' en Vulcan', en d' ander Goden mee <br />
 <br />
Hebben die tot een Stadt heerlyk gemaekt aen Zee. <br />
 <br />
En toond' hem tot bewys dit Boek, dies hy verblydt was: <br />
 <br />
En seyd': dewyl ik sie, dat uyt schaed' winste ryst, <br />
 <br />
G'lyk neffens dese Nymph, ons Velius aenwyst, <br />
 <br />
Wild' ik, dat ik ook soo myn ander Hooren quyt was.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Jan Boulisz<br />
16tes Jahrhundert Niederlande<br />
<br />
<br />
<br />
Doen Achelous bedroeft, om 't verlies van zyn Hooren, <br />
 <br />
Die Hercules met kracht, toornig, had afgebrooken, <br />
 <br />
Van schaemt bewond zyn Hooft met Riedt, en is gedooken <br />
 <br />
Beneen na zyn Spelonk, niet dorvend' komen voren; <br />
 <br />
Want hy meend', dat die was geheel end' al verloren, 	<br />
 <br />
Doen treedt een Nymphe toe, en heeft hem aengesprooken, <br />
 <br />
Bedroeft u niet, maer zyt in vreugden wyt ontlooken, <br />
 <br />
Want ghy 't geen u behaegt sult van u Hooren hooren. <br />
 <br />
Siet Neptun' en Vulcan', en d' ander Goden mee <br />
 <br />
Hebben die tot een Stadt heerlyk gemaekt aen Zee. <br />
 <br />
En toond' hem tot bewys dit Boek, dies hy verblydt was: <br />
 <br />
En seyd': dewyl ik sie, dat uyt schaed' winste ryst, <br />
 <br />
G'lyk neffens dese Nymph, ons Velius aenwyst, <br />
 <br />
Wild' ik, dat ik ook soo myn ander Hooren quyt was.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Baron,  J.Z.: KOm Soeters al gelijck, die rontom zijt bepaelt]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21462</link>
			<pubDate>Wed, 08 Aug 2012 13:57:39 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21462</guid>
			<description><![CDATA[J.Z. Baron<br />
17te Jahrhundert<br />
<br />
<br />
<br />
KOm Soeters al gelijck, die rontom zijt bepaelt, <br />
 <br />
 Met Maare, Vliet, en Rhijn, vvilt met mijn Kransjes çieren, <br />
 <br />
Om BARONS vvaerde hooft, van Mirthe, en Laurieren, <br />
 <br />
Die (spijt de bitse-Nijt) met Phoebus rijst, en daelt, <br />
 <br />
 En u op 't schoonst met Kunst, Ziel, hert, en Geest bestraelt, <br />
 <br />
Waer uyt ghy Liefd' bespeurt, ey! kom om dees te vieren, <br />
 <br />
die u ten Offer stelt 't Prieel, en omme-svvieren, <br />
 <br />
 Waer yder naer de lust yet leerelijckx uyt haelt, <br />
 <br />
Nu Soeters kom by een, ey! vvilt dees Helt besproncken, <br />
 <br />
 Met een verdiende-krans, sa opent Floraês-schoot, <br />
 <br />
Pluckt af naer vvil, en vvensch menich begeurde loot, <br />
 <br />
Ha! Maechden dieder veel 't hert steelen door 't soet loncken, <br />
 <br />
 Treet in 't Parnassus-dal, en pleecht de lieve-lust, <br />
 <br />
 Niet minder is u loon, als soet te sijn ge-kust. <br />
<br />
 <br />
O! 'k hebse soo Lieff.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[J.Z. Baron<br />
17te Jahrhundert<br />
<br />
<br />
<br />
KOm Soeters al gelijck, die rontom zijt bepaelt, <br />
 <br />
 Met Maare, Vliet, en Rhijn, vvilt met mijn Kransjes çieren, <br />
 <br />
Om BARONS vvaerde hooft, van Mirthe, en Laurieren, <br />
 <br />
Die (spijt de bitse-Nijt) met Phoebus rijst, en daelt, <br />
 <br />
 En u op 't schoonst met Kunst, Ziel, hert, en Geest bestraelt, <br />
 <br />
Waer uyt ghy Liefd' bespeurt, ey! kom om dees te vieren, <br />
 <br />
die u ten Offer stelt 't Prieel, en omme-svvieren, <br />
 <br />
 Waer yder naer de lust yet leerelijckx uyt haelt, <br />
 <br />
Nu Soeters kom by een, ey! vvilt dees Helt besproncken, <br />
 <br />
 Met een verdiende-krans, sa opent Floraês-schoot, <br />
 <br />
Pluckt af naer vvil, en vvensch menich begeurde loot, <br />
 <br />
Ha! Maechden dieder veel 't hert steelen door 't soet loncken, <br />
 <br />
 Treet in 't Parnassus-dal, en pleecht de lieve-lust, <br />
 <br />
 Niet minder is u loon, als soet te sijn ge-kust. <br />
<br />
 <br />
O! 'k hebse soo Lieff.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Bray, Salomon de: Sonnet, Op de Amstelsche Ghebouwen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21450</link>
			<pubDate>Tue, 07 Aug 2012 14:01:48 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21450</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Salomon de Bray</span><br />
 1597 - 1664 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Sonnet, Op de Amstelsche Ghebouwen.</span><br />
<br />
<br />
 <br />
GHY die begeerigh zijt om levendigh t'aenschouwen <br />
 <br />
't Cieraet van Amsterdam, gebouwt op 't Schip-rijck Y: <br />
 <br />
Dit Boeck vertoont u meest haer deftige Gebouwen, <br />
 <br />
Siet wat de Keyser kon uytrechten met de Ry. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
'tGeen eertijds was een Baeck, van arme Visschers zielen: <br />
 <br />
Rees als een Phoenix op, uyt zijn geringe As, <br />
 <br />
En bouwt Palleysen nu, door 't geen haer vlotte kielen <br />
 <br />
Toe voeren van het endt, van 't grondeloos Moras. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Soo kan een kleene staet, door eendracht sich vermeeren: <br />
 <br />
Soo kan een arm gehucht tot soo een Stadt verkeeren, <br />
 <br />
VVanneer Gods segen stiert des vromen Raeds beleydt: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Schoon dat de felle Mars woedt onder de geburen, <br />
 <br />
Et met zjjn donder-Schut breeckt Toorenen en muren, <br />
 <br />
VVijl d'een hand voert het swaert, d'aar nieuwe wallen leydt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Salomon de Bray</span><br />
 1597 - 1664 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Sonnet, Op de Amstelsche Ghebouwen.</span><br />
<br />
<br />
 <br />
GHY die begeerigh zijt om levendigh t'aenschouwen <br />
 <br />
't Cieraet van Amsterdam, gebouwt op 't Schip-rijck Y: <br />
 <br />
Dit Boeck vertoont u meest haer deftige Gebouwen, <br />
 <br />
Siet wat de Keyser kon uytrechten met de Ry. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
'tGeen eertijds was een Baeck, van arme Visschers zielen: <br />
 <br />
Rees als een Phoenix op, uyt zijn geringe As, <br />
 <br />
En bouwt Palleysen nu, door 't geen haer vlotte kielen <br />
 <br />
Toe voeren van het endt, van 't grondeloos Moras. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Soo kan een kleene staet, door eendracht sich vermeeren: <br />
 <br />
Soo kan een arm gehucht tot soo een Stadt verkeeren, <br />
 <br />
VVanneer Gods segen stiert des vromen Raeds beleydt: <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Schoon dat de felle Mars woedt onder de geburen, <br />
 <br />
Et met zjjn donder-Schut breeckt Toorenen en muren, <br />
 <br />
VVijl d'een hand voert het swaert, d'aar nieuwe wallen leydt.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Bray, Salomon de: Lof-sonnet, Op de Doodt van Mr. Hendrick de Keyser]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21449</link>
			<pubDate>Tue, 07 Aug 2012 14:00:17 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=21449</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Salomon de Bray</span><br />
1597 - 1664 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Lof-sonnet,<br />
Op de Doodt van Mr. Hendrick de Keyser</span><br />
<br />
 <br />
GEbouvven sprakeloos, die Amsterdam verciert <br />
 <br />
En schijnt als vvonderen in't oogh der Vreemdelingen: <br />
 <br />
Ghy toont dat Keysers breyn is vvaerdigh gelauriert, <br />
 <br />
Meer als mijn Sangh-Goddin, met haer gedicht kan singen, <br />
 <br />
Nochtans dat Atropos niet meene dat zijn Lof <br />
 <br />
(Door 't korten van haer draet,) de Aerd heeft ingesvvolgen, <br />
 <br />
Soo langh Prins Wilhelms Tomb bevvaert is voor het stof, <br />
 <br />
So sal de Faem sijn Lof met haer Trompette volgen, <br />
 <br />
Sijn handen rusten vvel, het lijf is afgheleeft: <br />
 <br />
En d'aerde 't edel Breyn tot spijs genooten heeft. <br />
 <br />
Gelijckse deed' van hem die d'lliades dichte, <br />
 <br />
Doch nimmer sy de eer der Konstenaren erst, <br />
 <br />
Die opvvaeckt meer en meer, hoevvel het Lichaem sterft, <br />
 <br />
En toont dan opentlijck de vvaerheyd eerst in 't lichte.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Salomon de Bray</span><br />
1597 - 1664 Niederlande<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Lof-sonnet,<br />
Op de Doodt van Mr. Hendrick de Keyser</span><br />
<br />
 <br />
GEbouvven sprakeloos, die Amsterdam verciert <br />
 <br />
En schijnt als vvonderen in't oogh der Vreemdelingen: <br />
 <br />
Ghy toont dat Keysers breyn is vvaerdigh gelauriert, <br />
 <br />
Meer als mijn Sangh-Goddin, met haer gedicht kan singen, <br />
 <br />
Nochtans dat Atropos niet meene dat zijn Lof <br />
 <br />
(Door 't korten van haer draet,) de Aerd heeft ingesvvolgen, <br />
 <br />
Soo langh Prins Wilhelms Tomb bevvaert is voor het stof, <br />
 <br />
So sal de Faem sijn Lof met haer Trompette volgen, <br />
 <br />
Sijn handen rusten vvel, het lijf is afgheleeft: <br />
 <br />
En d'aerde 't edel Breyn tot spijs genooten heeft. <br />
 <br />
Gelijckse deed' van hem die d'lliades dichte, <br />
 <br />
Doch nimmer sy de eer der Konstenaren erst, <br />
 <br />
Die opvvaeckt meer en meer, hoevvel het Lichaem sterft, <br />
 <br />
En toont dan opentlijck de vvaerheyd eerst in 't lichte.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>