<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - Prosper van Langendonck]]></title>
		<link>https://sonett-archiv.com/forum/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett-archiv.com/forum]]></description>
		<pubDate>Fri, 24 Apr 2026 20:44:56 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Aan Guido Gezelle]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20075</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:56:39 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20075</guid>
			<description><![CDATA[Aan Guido Gezelle<br />
<br />
<br />
Zwaar peinzend hoofd, met eeuwigheid omtogen,<br />
doorgroefd van voren, door de idee geleid,<br />
diep over al dat wereldsch wee gebogen,<br />
dat, staag opwellend, in Uw boezem schreit;<br />
<br />
schoon hoofd, wars van versiering, los van logen,<br />
wijd-stralend brandpunt van àl-menschelijkheid,<br />
waarop, nu 't aardsche leven is vervlogen,<br />
een glans van eeuwig leven ligt gespreid:<br />
<br />
in laaie liefdevlammen gaan ons harten<br />
tot U, die al hun liefd' hebt voorgevoeld,<br />
en duizendvoud doorvoeld uw fijnste smarten,<br />
<br />
met gal gelaafd, door 't waanwijs volkje omjoeld,<br />
waarop Gij nederschouwt met zielvolle oogen,<br />
grootsch van vergiffenis en mededoogen...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aan Guido Gezelle<br />
<br />
<br />
Zwaar peinzend hoofd, met eeuwigheid omtogen,<br />
doorgroefd van voren, door de idee geleid,<br />
diep over al dat wereldsch wee gebogen,<br />
dat, staag opwellend, in Uw boezem schreit;<br />
<br />
schoon hoofd, wars van versiering, los van logen,<br />
wijd-stralend brandpunt van àl-menschelijkheid,<br />
waarop, nu 't aardsche leven is vervlogen,<br />
een glans van eeuwig leven ligt gespreid:<br />
<br />
in laaie liefdevlammen gaan ons harten<br />
tot U, die al hun liefd' hebt voorgevoeld,<br />
en duizendvoud doorvoeld uw fijnste smarten,<br />
<br />
met gal gelaafd, door 't waanwijs volkje omjoeld,<br />
waarop Gij nederschouwt met zielvolle oogen,<br />
grootsch van vergiffenis en mededoogen...]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Regenlucht]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20074</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:56:06 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20074</guid>
			<description><![CDATA[Regenlucht<br />
<br />
<br />
En boordevol is 't herte en toch en wil niet vloeien<br />
  die staande en stille stroom in klare poëzie<br />
op 't blad, dat 'k - o! zoo graag - met tranen zou besproeien,<br />
  in 't lied, dat wentlen zoude in louter harmonie;<br />
<br />
en boordevol is 't herte en niets en kan het boeien,<br />
  - geen levensdroom, waarin 'k een wensch weerspiegeld zie! -<br />
geen menschelijk gevoel 't in eedlen drift ontgloeien...<br />
  Zoo noodloos staat het vol ... genot? ... melancholie?...<br />
<br />
Zoo noodeloos in de onverschilligheid der dingen,<br />
bestendig draaiend in hun vast omschreven kringen<br />
  en zielloos hangende in dien eindeloozen nood<br />
<br />
van wat? ... 'k en weet niet wat ...<br />
<span style="color: #f5f5f5;" class="mycode_color">..................................................</span>en boordevol is 't herte,<br />
onledigbaar, - en staat het vol van vreugde of smerte? -<br />
'k en wete ...<br />
<span style="color: #f5f5f5;" class="mycode_color">.....................</span>en zielloos drukt de hemel, zwaar als lood ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Regenlucht<br />
<br />
<br />
En boordevol is 't herte en toch en wil niet vloeien<br />
  die staande en stille stroom in klare poëzie<br />
op 't blad, dat 'k - o! zoo graag - met tranen zou besproeien,<br />
  in 't lied, dat wentlen zoude in louter harmonie;<br />
<br />
en boordevol is 't herte en niets en kan het boeien,<br />
  - geen levensdroom, waarin 'k een wensch weerspiegeld zie! -<br />
geen menschelijk gevoel 't in eedlen drift ontgloeien...<br />
  Zoo noodloos staat het vol ... genot? ... melancholie?...<br />
<br />
Zoo noodeloos in de onverschilligheid der dingen,<br />
bestendig draaiend in hun vast omschreven kringen<br />
  en zielloos hangende in dien eindeloozen nood<br />
<br />
van wat? ... 'k en weet niet wat ...<br />
<span style="color: #f5f5f5;" class="mycode_color">..................................................</span>en boordevol is 't herte,<br />
onledigbaar, - en staat het vol van vreugde of smerte? -<br />
'k en wete ...<br />
<span style="color: #f5f5f5;" class="mycode_color">.....................</span>en zielloos drukt de hemel, zwaar als lood ...]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Die Lotusblume]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20073</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:54:45 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20073</guid>
			<description><![CDATA[Die Lotusblume<br />
<br />
<br />
Zing mij dat lied, uitzinnig van verlangen,<br />
  en toch zoo zalig drijvend lotuslied,<br />
waar Heine's ziel in Schumans's wondre zangen<br />
  al de onvoldaanheid van haar liefde giet.<br />
<br />
Want aan uw mond, die smart en zegen biedt,<br />
  blijft heel mijn wezen blijde of treurig hangen,<br />
wanneer de volle vloed der klanken vliet<br />
  in teere vreugde of zonderling bevangen.<br />
<br />
Zoo deint, met 'n wislend leven, 't zachte gestreel<br />
  van 't golvend lied; wij proeven lust en lijden,<br />
die, beurtlings overslaande, in licht gespeel,<br />
  als boutjes door de levensdraden glijden,<br />
en spinnen zuur en zoet, naar 't harte mint...<br />
Wat vult de ziele, die op 't Eeuwge zint?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Die Lotusblume<br />
<br />
<br />
Zing mij dat lied, uitzinnig van verlangen,<br />
  en toch zoo zalig drijvend lotuslied,<br />
waar Heine's ziel in Schumans's wondre zangen<br />
  al de onvoldaanheid van haar liefde giet.<br />
<br />
Want aan uw mond, die smart en zegen biedt,<br />
  blijft heel mijn wezen blijde of treurig hangen,<br />
wanneer de volle vloed der klanken vliet<br />
  in teere vreugde of zonderling bevangen.<br />
<br />
Zoo deint, met 'n wislend leven, 't zachte gestreel<br />
  van 't golvend lied; wij proeven lust en lijden,<br />
die, beurtlings overslaande, in licht gespeel,<br />
  als boutjes door de levensdraden glijden,<br />
en spinnen zuur en zoet, naar 't harte mint...<br />
Wat vult de ziele, die op 't Eeuwge zint?]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aan mijn vriend dichter X]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20072</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:54:08 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20072</guid>
			<description><![CDATA[Aan mijn vriend dichter X<br />
<br />
<br />
Wat maakt dat ras daar voor een bijster leven!<br />
Hun malle bende warrelt om uw voeten;<br />
hun stem is heeschgeschreeuw van raad te geven,<br />
zij die uw gang op aarde richten moeten,<br />
<br />
die redders van uw ziel, door niets gedreven<br />
- o kale ridders! - dan uw eigen goed en<br />
uw zaligheid en die slechts hiernaar streven,<br />
dat ge eens zoudt heilzaam voor uw zonden boeten!<br />
<br />
O gij, die iemand zijt, veracht het praten<br />
dier niemands en hun palingengekrinkel,<br />
al waren zij wel duizend advocaten,<br />
zoo koen verschanst in hunnen vrouwenwinkel,<br />
<br />
wat 't is uw doel steeds hooger op te zien en<br />
hun gansche waarde is 't, dat ze u mochten dienen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Aan mijn vriend dichter X<br />
<br />
<br />
Wat maakt dat ras daar voor een bijster leven!<br />
Hun malle bende warrelt om uw voeten;<br />
hun stem is heeschgeschreeuw van raad te geven,<br />
zij die uw gang op aarde richten moeten,<br />
<br />
die redders van uw ziel, door niets gedreven<br />
- o kale ridders! - dan uw eigen goed en<br />
uw zaligheid en die slechts hiernaar streven,<br />
dat ge eens zoudt heilzaam voor uw zonden boeten!<br />
<br />
O gij, die iemand zijt, veracht het praten<br />
dier niemands en hun palingengekrinkel,<br />
al waren zij wel duizend advocaten,<br />
zoo koen verschanst in hunnen vrouwenwinkel,<br />
<br />
wat 't is uw doel steeds hooger op te zien en<br />
hun gansche waarde is 't, dat ze u mochten dienen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Nederlands toekomst (2)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20071</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:53:33 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20071</guid>
			<description><![CDATA[Nederlands toekomst<br />
<br />
<br />
I<br />
<br />
't Is wel die gulden mond uit 't koele Noorden,<br />
     Die ons met warmen woordenklank begroet, -<br />
De teedre en forsche toon dier volle accoorden,<br />
     Gedragen op dien inn'gen hartegloed!<br />
<br />
Wees, Ziener, ons gezegend om die woorden...<br />
     Lang dreunt hen nagalm door ons diepst gemoed;<br />
Al wat we, luistrend, in ons zelven hoorden<br />
     Is 't, dat uw stalen stem weerklinken doet.<br />
<br />
Wij wéten 't doel, den plicht.  Met 't zwaard van kennis<br />
     En woord gewapend, staat een sterke jeugd,<br />
In steev'gen drom, door storm en strijd verheugd,<br />
     En weert van Vlaandren iedre Fransche schennis.<br />
<br />
Onstuitbaar stijgt ze, in zegetocht, naar boven,<br />
Met trotschen mannenwil en kinderlijk gelooven.<br />
<br />
II<br />
<br />
Germanjers, ja, - maar Vlaamsche Nederlanders:<br />
     Déés naam verbeeldt ons wezen, zegt ons doel.<br />
Licht vechten we eenmaal rond dezelfde standerds,<br />
     Want waarheid wordt der Dichtren voorgevoel.<br />
<br />
O! Hollands, Vlaandrens ziel zijn één, - hoe anders<br />
     't Een schijn ook spiegelde - en, in 't strijdgewoel<br />
Gelouterd, daagt, trots veete en tegenstanders,<br />
     Dwars door des tijds omstuimige gejoel,<br />
<br />
Eens 't Groote Nederland, in reine glorie,<br />
     - Vlaandrens rijk hart met Hollands stoeren kop -<br />
Hoog stijgend, in den goudglans der victorie,<br />
     Boven der menschheid wijde deining op,<br />
<br />
En doet weer, uit het kloekgepaarde streven,<br />
De Macht, de Kunst, den Roem van Vondel's eeuw herleven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Nederlands toekomst<br />
<br />
<br />
I<br />
<br />
't Is wel die gulden mond uit 't koele Noorden,<br />
     Die ons met warmen woordenklank begroet, -<br />
De teedre en forsche toon dier volle accoorden,<br />
     Gedragen op dien inn'gen hartegloed!<br />
<br />
Wees, Ziener, ons gezegend om die woorden...<br />
     Lang dreunt hen nagalm door ons diepst gemoed;<br />
Al wat we, luistrend, in ons zelven hoorden<br />
     Is 't, dat uw stalen stem weerklinken doet.<br />
<br />
Wij wéten 't doel, den plicht.  Met 't zwaard van kennis<br />
     En woord gewapend, staat een sterke jeugd,<br />
In steev'gen drom, door storm en strijd verheugd,<br />
     En weert van Vlaandren iedre Fransche schennis.<br />
<br />
Onstuitbaar stijgt ze, in zegetocht, naar boven,<br />
Met trotschen mannenwil en kinderlijk gelooven.<br />
<br />
II<br />
<br />
Germanjers, ja, - maar Vlaamsche Nederlanders:<br />
     Déés naam verbeeldt ons wezen, zegt ons doel.<br />
Licht vechten we eenmaal rond dezelfde standerds,<br />
     Want waarheid wordt der Dichtren voorgevoel.<br />
<br />
O! Hollands, Vlaandrens ziel zijn één, - hoe anders<br />
     't Een schijn ook spiegelde - en, in 't strijdgewoel<br />
Gelouterd, daagt, trots veete en tegenstanders,<br />
     Dwars door des tijds omstuimige gejoel,<br />
<br />
Eens 't Groote Nederland, in reine glorie,<br />
     - Vlaandrens rijk hart met Hollands stoeren kop -<br />
Hoog stijgend, in den goudglans der victorie,<br />
     Boven der menschheid wijde deining op,<br />
<br />
En doet weer, uit het kloekgepaarde streven,<br />
De Macht, de Kunst, den Roem van Vondel's eeuw herleven.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ik was aan u, gij waart aan mij, wij waren]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20070</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:52:35 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20070</guid>
			<description><![CDATA[Ik was aan u, gij waart aan mij, wij waren<br />
elkander voorbestemd van den beginne;<br />
nooit mocht ge in 't leven smart of weelde ervaren<br />
die niet bij mij weertrilde in ziel en zinnen!<br />
<br />
Wij zagen nooit elkaar; met wondre snaren<br />
vereende ons onbewust verborgen minne;<br />
eens kwam de stonde dat bij 't liefdrijk paren<br />
ik eeuwge rust in zaligheid zou winnen.<br />
<br />
Wat booze geest kwam toen mijn hart beheeren?<br />
'k Versmaadde koud de stemme van 't geweten,<br />
ontembaar kondend: "'t is de wil des Heeren!"<br />
<br />
O naar het euvel werd de straf gemeten!<br />
En vruchtloos poog ik 't noodlot te bezweren;<br />
helaas! vervlogen tijd kan nimmer keeren.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Ik was aan u, gij waart aan mij, wij waren<br />
elkander voorbestemd van den beginne;<br />
nooit mocht ge in 't leven smart of weelde ervaren<br />
die niet bij mij weertrilde in ziel en zinnen!<br />
<br />
Wij zagen nooit elkaar; met wondre snaren<br />
vereende ons onbewust verborgen minne;<br />
eens kwam de stonde dat bij 't liefdrijk paren<br />
ik eeuwge rust in zaligheid zou winnen.<br />
<br />
Wat booze geest kwam toen mijn hart beheeren?<br />
'k Versmaadde koud de stemme van 't geweten,<br />
ontembaar kondend: "'t is de wil des Heeren!"<br />
<br />
O naar het euvel werd de straf gemeten!<br />
En vruchtloos poog ik 't noodlot te bezweren;<br />
helaas! vervlogen tijd kan nimmer keeren.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Daar glijdt de waterbloem, heur rank ontrezen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20069</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:52:04 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20069</guid>
			<description><![CDATA[Daar glijdt de waterbloem, heur rank ontrezen,<br />
langs 't dartlend beekje dat heur ginds moet leiden,<br />
waar, reeds voor heur sinds eeuwen uitgelezen,<br />
de zusterplant haar minnend zal verbeiden.<br />
<br />
Zij werden door Gods wil verwekt, om beiden<br />
slechts één te zijn in vrucht als één in wezen;<br />
thans naakt het uur ter heimnis aangewezen;<br />
een golf dringt tusschen haar; zij zijn gescheiden!<br />
<br />
O kon die eenge stonde nog herleven!<br />
Mocht nog die plantenschakel samengroeien,<br />
werd ooit bekroond dat zoete liefde streven!<br />
Acht! 't deinzend water zal niet opwaarts vloeien!<br />
De liefdeband wordt nimmer vastgeweven:<br />
geen spruit nog zal ontstaan, geen bloeme bloeien!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Daar glijdt de waterbloem, heur rank ontrezen,<br />
langs 't dartlend beekje dat heur ginds moet leiden,<br />
waar, reeds voor heur sinds eeuwen uitgelezen,<br />
de zusterplant haar minnend zal verbeiden.<br />
<br />
Zij werden door Gods wil verwekt, om beiden<br />
slechts één te zijn in vrucht als één in wezen;<br />
thans naakt het uur ter heimnis aangewezen;<br />
een golf dringt tusschen haar; zij zijn gescheiden!<br />
<br />
O kon die eenge stonde nog herleven!<br />
Mocht nog die plantenschakel samengroeien,<br />
werd ooit bekroond dat zoete liefde streven!<br />
Acht! 't deinzend water zal niet opwaarts vloeien!<br />
De liefdeband wordt nimmer vastgeweven:<br />
geen spruit nog zal ontstaan, geen bloeme bloeien!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Zie, eeuwig rustloos, als het golfgeklots]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20068</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:51:28 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20068</guid>
			<description><![CDATA[Zie, eeuwig rustloos, als het golfgeklots,<br />
de zee der menschheid om de wereld varen,<br />
soms schijnbaar kalm, met gladde spiegelbaren,<br />
maar dra vervoerd in woedend stormgebots.<br />
<br />
Zij wentelt om zichzelf in kalmen trots,<br />
en schijnt in eigen grootheid te bedaren,<br />
maar beukt, in zucht naar 't eindlooze opgevaren,<br />
weer dreunend strand, àl naar den wil des Lots.<br />
<br />
Wij zullen iedren slag van 't Noodlot weren;<br />
wij zijn de toekomst, 't heden en 't voorheen;<br />
<br />
laat de eeuwen immer wentlen, gaan en keeren:<br />
slechts wij bestaan op aarde en anders géén;<br />
<br />
en heel het leven zullen wij beheeren,<br />
want 't gaat uit ons en 't slaat in òns alleen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Zie, eeuwig rustloos, als het golfgeklots,<br />
de zee der menschheid om de wereld varen,<br />
soms schijnbaar kalm, met gladde spiegelbaren,<br />
maar dra vervoerd in woedend stormgebots.<br />
<br />
Zij wentelt om zichzelf in kalmen trots,<br />
en schijnt in eigen grootheid te bedaren,<br />
maar beukt, in zucht naar 't eindlooze opgevaren,<br />
weer dreunend strand, àl naar den wil des Lots.<br />
<br />
Wij zullen iedren slag van 't Noodlot weren;<br />
wij zijn de toekomst, 't heden en 't voorheen;<br />
<br />
laat de eeuwen immer wentlen, gaan en keeren:<br />
slechts wij bestaan op aarde en anders géén;<br />
<br />
en heel het leven zullen wij beheeren,<br />
want 't gaat uit ons en 't slaat in òns alleen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[k Zag steeds een bleeken Christus, aan zijn kruis]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20067</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:50:58 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20067</guid>
			<description><![CDATA['k Zag steeds een bleeken Christus, aan zijn kruis,<br />
voor al de zonden van het menschdom lijden<br />
en in 't gejoel van 't woedend volksgespuis,<br />
nog stervend zijne beulen benedijden.<br />
<br />
Maar 'k zie hem thans, door 't buldrend stormgedruisch,<br />
in vollen luister op de waatren schrijden,<br />
den sjacheraar verjagen uit Gods huis,<br />
den doode wekken en den slaaf bevrijden.<br />
<br />
Hoe heerlijk daagt de groote Liefdegod,<br />
vergeving zaaiend met zijn milde handen<br />
en Liefde prijzend als het hoogste gebod.<br />
<br />
'k Voel ze alverterend in mijn harte branden,<br />
de àlliefde, die geen schepsel uitsluit, géén,<br />
maar zie 't Heelal door uwen blik alleen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA['k Zag steeds een bleeken Christus, aan zijn kruis,<br />
voor al de zonden van het menschdom lijden<br />
en in 't gejoel van 't woedend volksgespuis,<br />
nog stervend zijne beulen benedijden.<br />
<br />
Maar 'k zie hem thans, door 't buldrend stormgedruisch,<br />
in vollen luister op de waatren schrijden,<br />
den sjacheraar verjagen uit Gods huis,<br />
den doode wekken en den slaaf bevrijden.<br />
<br />
Hoe heerlijk daagt de groote Liefdegod,<br />
vergeving zaaiend met zijn milde handen<br />
en Liefde prijzend als het hoogste gebod.<br />
<br />
'k Voel ze alverterend in mijn harte branden,<br />
de àlliefde, die geen schepsel uitsluit, géén,<br />
maar zie 't Heelal door uwen blik alleen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[En dit wilde ik u zeggen]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20066</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:50:25 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20066</guid>
			<description><![CDATA[En dit wilde ik u zeggen:<br />
<span style="color: #F5f5f5;" class="mycode_color">...................................</span>Voel mijn hart!<br />
Het is het hart eens mans, zoo vaak gebroken,<br />
maar toch herrezen boven ramp en smart<br />
en weer in wonderbare jeugd ontloken.<br />
<br />
'k Heb vaak, in overmoed, het Lot getart<br />
en 't Lot heeft zich, met slag op slag, gewroken,<br />
maar 'k sta weer pal en tegen 't Lot verhard,<br />
en voel me een storm van bloed in de aad'ren koken.<br />
<br />
En 'k voel en voel dat eeuwig stormend bloed,<br />
in breeden stroom door 't trillend lijf gedreven,<br />
d'onsmachtbren drang van 't immervol gemoed.<br />
<br />
Mij lokt, met vreugde en smarte, 't gansche leven:<br />
ik ben geen droomer; 'k tracht naar daad en strijd<br />
en heel mijn wezen haakt naar werklijkheid.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[En dit wilde ik u zeggen:<br />
<span style="color: #F5f5f5;" class="mycode_color">...................................</span>Voel mijn hart!<br />
Het is het hart eens mans, zoo vaak gebroken,<br />
maar toch herrezen boven ramp en smart<br />
en weer in wonderbare jeugd ontloken.<br />
<br />
'k Heb vaak, in overmoed, het Lot getart<br />
en 't Lot heeft zich, met slag op slag, gewroken,<br />
maar 'k sta weer pal en tegen 't Lot verhard,<br />
en voel me een storm van bloed in de aad'ren koken.<br />
<br />
En 'k voel en voel dat eeuwig stormend bloed,<br />
in breeden stroom door 't trillend lijf gedreven,<br />
d'onsmachtbren drang van 't immervol gemoed.<br />
<br />
Mij lokt, met vreugde en smarte, 't gansche leven:<br />
ik ben geen droomer; 'k tracht naar daad en strijd<br />
en heel mijn wezen haakt naar werklijkheid.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[De Lethe]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20065</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:49:35 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20065</guid>
			<description><![CDATA[De Lethe<br />
<br />
Log stuwt de Lethe hare loome baren,<br />
als onbewuste droomen, naast het veld<br />
van louter licht en vreê, waar alles meldt:<br />
Hier komt ge in 't Rijk der eeuwge rust gevaren.<br />
<br />
De schimmen, die onlijdlijk ommewaren,<br />
schonk zij vergetelheid, en zalig welt<br />
de bron van 't ware leven, en nu smelt<br />
de ziel in kalmte, nooit op aarde ervaren.<br />
<br />
Toch, als bij een, wien nog, in klaren dag,<br />
een droom kwelt, dien hij tracht en niet vermag<br />
te wekken, komt een wolk soms 't oog omzweven.<br />
<br />
Vergeten deed de Lethe 't aardsche leven...<br />
Zij poogde ... en toch niet gansch verdoofde zij<br />
den angst der zielen en haar noodgeschrei.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[De Lethe<br />
<br />
Log stuwt de Lethe hare loome baren,<br />
als onbewuste droomen, naast het veld<br />
van louter licht en vreê, waar alles meldt:<br />
Hier komt ge in 't Rijk der eeuwge rust gevaren.<br />
<br />
De schimmen, die onlijdlijk ommewaren,<br />
schonk zij vergetelheid, en zalig welt<br />
de bron van 't ware leven, en nu smelt<br />
de ziel in kalmte, nooit op aarde ervaren.<br />
<br />
Toch, als bij een, wien nog, in klaren dag,<br />
een droom kwelt, dien hij tracht en niet vermag<br />
te wekken, komt een wolk soms 't oog omzweven.<br />
<br />
Vergeten deed de Lethe 't aardsche leven...<br />
Zij poogde ... en toch niet gansch verdoofde zij<br />
den angst der zielen en haar noodgeschrei.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Uit Westerloo (2)]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20064</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:48:57 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20064</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Uit Westerloo<br />
<br />
De linden der Abdij van Tongerloo</span><br />
<br />
Sieraad en glorie dezer vlakke, kalme streken,<br />
steunvaste en eeuwenoude wachters der abdij,<br />
staan pal de linden, die in vrede of stormgetij,<br />
geen voet, geen vingerbreed van hunne standplaats weken.<br />
<br />
Wat hebben ze ál getrotst: - En toch de vogels kweeken<br />
er, zingend, 't vinnig jong, springlevend als de Mei,<br />
dat dra de vleuglen rept en 't nest ontschiet, om vrij<br />
in 't jubelende lied wijdschaatrend los te breken.<br />
<br />
Maar ziet gij daar niet plots hun breede kruinen nijgen<br />
en breiden zij niet zacht hun takken zeegnend uit,<br />
waar heimlijk gefluister schijnt door heen te zijgen?<br />
<br />
't Is dat daar zinnend treedt - wat of dat weer beduidt? -<br />
hun oude en immer jonge zanger, die hun twijgen<br />
gaat roeren door het zoet akkoord van luit en fluit<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">De zon</span><br />
<br />
De zon speelt door het loof der vorstelijke dreven,<br />
die kruisen, heinde en verre om 't vorstelijk kasteel;<br />
de zon valt blinkend neer op toren en kanteel;<br />
de zon doet levend goud op de oude kruinen beven.<br />
<br />
De zon is overal. - Om 't wisslend veldtafreel<br />
verbreidt ze in een waaiend waas, uit zijde en licht geweven:<br />
zij trilt in elk gezang; zij leeft in alle leven,<br />
en leeft in ieder deeltje en leeft er toch geheel.<br />
<br />
O zon, laat mij nog eens in al uw luister baden:<br />
doordring mij gansch, dring door in 't diepste mijner ziel,<br />
die brandend naar u haakte en toch in nacht verviel.<br />
<br />
O laat me, u volgend langs de nooitbeteden paden,<br />
waarheen zoo menig streefde en géén u volgen kon,<br />
verteren in den gloed der goddelijke zon!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Uit Westerloo<br />
<br />
De linden der Abdij van Tongerloo</span><br />
<br />
Sieraad en glorie dezer vlakke, kalme streken,<br />
steunvaste en eeuwenoude wachters der abdij,<br />
staan pal de linden, die in vrede of stormgetij,<br />
geen voet, geen vingerbreed van hunne standplaats weken.<br />
<br />
Wat hebben ze ál getrotst: - En toch de vogels kweeken<br />
er, zingend, 't vinnig jong, springlevend als de Mei,<br />
dat dra de vleuglen rept en 't nest ontschiet, om vrij<br />
in 't jubelende lied wijdschaatrend los te breken.<br />
<br />
Maar ziet gij daar niet plots hun breede kruinen nijgen<br />
en breiden zij niet zacht hun takken zeegnend uit,<br />
waar heimlijk gefluister schijnt door heen te zijgen?<br />
<br />
't Is dat daar zinnend treedt - wat of dat weer beduidt? -<br />
hun oude en immer jonge zanger, die hun twijgen<br />
gaat roeren door het zoet akkoord van luit en fluit<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">De zon</span><br />
<br />
De zon speelt door het loof der vorstelijke dreven,<br />
die kruisen, heinde en verre om 't vorstelijk kasteel;<br />
de zon valt blinkend neer op toren en kanteel;<br />
de zon doet levend goud op de oude kruinen beven.<br />
<br />
De zon is overal. - Om 't wisslend veldtafreel<br />
verbreidt ze in een waaiend waas, uit zijde en licht geweven:<br />
zij trilt in elk gezang; zij leeft in alle leven,<br />
en leeft in ieder deeltje en leeft er toch geheel.<br />
<br />
O zon, laat mij nog eens in al uw luister baden:<br />
doordring mij gansch, dring door in 't diepste mijner ziel,<br />
die brandend naar u haakte en toch in nacht verviel.<br />
<br />
O laat me, u volgend langs de nooitbeteden paden,<br />
waarheen zoo menig streefde en géén u volgen kon,<br />
verteren in den gloed der goddelijke zon!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[t Is me of ik uit een langen droom ontwaakte]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20063</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:47:11 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20063</guid>
			<description><![CDATA['t Is me of ik uit een langen droom ontwaakte;<br />
weer slaan mij vreugdevlammen in 't gelaat,<br />
en wat ik al doorstond, in bittren haat,<br />
gaat op in 't hoogtijdsvuur dat grootsche ontblaakte.<br />
<br />
Hoe lang heb ik gedroomd - wie weet? het staat<br />
geboekt op treurige bladen, - sinds daar kraakte<br />
mijn gansche wezen en het leven staakte<br />
zijn wondergang? o bron van zooveel kwaad!<br />
<br />
Maar 't is nog tijd: weer voel ik 't harte zwellen,<br />
dat als een feestklok luidt, met vollen klank,<br />
en 't heerlijk lied van bede én hulde én dank,<br />
uit vrije borst mij naar de lippen wellen,<br />
als 't leven zelf, éénklank van smart en vreugd,<br />
- diepgolvende uiting van dees wondre jeugd!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA['t Is me of ik uit een langen droom ontwaakte;<br />
weer slaan mij vreugdevlammen in 't gelaat,<br />
en wat ik al doorstond, in bittren haat,<br />
gaat op in 't hoogtijdsvuur dat grootsche ontblaakte.<br />
<br />
Hoe lang heb ik gedroomd - wie weet? het staat<br />
geboekt op treurige bladen, - sinds daar kraakte<br />
mijn gansche wezen en het leven staakte<br />
zijn wondergang? o bron van zooveel kwaad!<br />
<br />
Maar 't is nog tijd: weer voel ik 't harte zwellen,<br />
dat als een feestklok luidt, met vollen klank,<br />
en 't heerlijk lied van bede én hulde én dank,<br />
uit vrije borst mij naar de lippen wellen,<br />
als 't leven zelf, éénklank van smart en vreugd,<br />
- diepgolvende uiting van dees wondre jeugd!]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Gij zegt mij, vriend: "o spreek uw lijdend hart]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20062</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:46:48 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20062</guid>
			<description><![CDATA[Gij zegt mij, vriend: "o spreek uw lijdend hart<br />
in schoonheid uit, die licht uw lijden stilt:<br />
de stem der goudgelokte muze trilt<br />
met dubble glorie op de snaar der smart."<br />
<br />
Maar kent gij onrecht, waarbij 't hart verkilt,<br />
zoo diep wraakroepend dat men, 't oog verstard<br />
voor immer, was van troost, in haat verhard,<br />
stom voor het noodlot staat, en zucht noch gilt?<br />
<br />
Ik ben niet van diegenen, die men breekt<br />
en dan, als kindren, zoete woordjes spreekt.<br />
ze paaiend met een kaatsbal of een pop.<br />
<br />
Mijn stomme smart, zij blijft de waardigheid<br />
mijn leven, en mijn diep verzet, en 'k schrijd<br />
in 't duister voort, en krop mijn tranen op.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Gij zegt mij, vriend: "o spreek uw lijdend hart<br />
in schoonheid uit, die licht uw lijden stilt:<br />
de stem der goudgelokte muze trilt<br />
met dubble glorie op de snaar der smart."<br />
<br />
Maar kent gij onrecht, waarbij 't hart verkilt,<br />
zoo diep wraakroepend dat men, 't oog verstard<br />
voor immer, was van troost, in haat verhard,<br />
stom voor het noodlot staat, en zucht noch gilt?<br />
<br />
Ik ben niet van diegenen, die men breekt<br />
en dan, als kindren, zoete woordjes spreekt.<br />
ze paaiend met een kaatsbal of een pop.<br />
<br />
Mijn stomme smart, zij blijft de waardigheid<br />
mijn leven, en mijn diep verzet, en 'k schrijd<br />
in 't duister voort, en krop mijn tranen op.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[k Weet niet of iemand, door dit boek bekoord]]></title>
			<link>https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20061</link>
			<pubDate>Tue, 04 Oct 2011 16:46:27 +0000</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett-archiv.com/forum/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett-archiv.com/forum/showthread.php?tid=20061</guid>
			<description><![CDATA['k Weet niet of iemand, door dit boek bekoord,<br />
ooit meevoelt met het harte, dat daar klopt,<br />
ziek van veel lijden, liefdeloos verkropt,<br />
en van véél liefde, in lach en traan gesmoord.<br />
<br />
't Zwelt niet, van al mijn voelen opgepropt:<br />
soms kende ik vreugde of streed met daad en woord.<br />
't Is slechts mijn smart, die van den vollen boord<br />
des bekers, traag, in zilte drupplen dropt.<br />
<br />
Toch heel mijn hart is 't, dat hier rustloos slaat;<br />
- zoo 't uurwerk, dat aldoor zijn gangen gaat,<br />
onopgemerkt als 't leven rustig vliet<br />
en 't helder oog in blauwe verten blikt,<br />
doch al te luide, in tijden van verdriet,<br />
op scherpe maar de slepende uren tikt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA['k Weet niet of iemand, door dit boek bekoord,<br />
ooit meevoelt met het harte, dat daar klopt,<br />
ziek van veel lijden, liefdeloos verkropt,<br />
en van véél liefde, in lach en traan gesmoord.<br />
<br />
't Zwelt niet, van al mijn voelen opgepropt:<br />
soms kende ik vreugde of streed met daad en woord.<br />
't Is slechts mijn smart, die van den vollen boord<br />
des bekers, traag, in zilte drupplen dropt.<br />
<br />
Toch heel mijn hart is 't, dat hier rustloos slaat;<br />
- zoo 't uurwerk, dat aldoor zijn gangen gaat,<br />
onopgemerkt als 't leven rustig vliet<br />
en 't helder oog in blauwe verten blikt,<br />
doch al te luide, in tijden van verdriet,<br />
op scherpe maar de slepende uren tikt.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>