26.11.2018, 12:08
VII.
Zilver paarlemoeren aethervlakten...
Zomerwolkjes, half in licht gedrenkt...
Zoo van middag; - maar wat nader zwenkt,
Rijdt op wolken, die zich samenpakten.
En alsof wel duizend bijlen hakten,
Donderend op de tronken, zwiept en wenkt
't Kruinental: of 't koele laafnis schenkt,
Dat de winden 't door elkander smakten.
Ratelt wel de trein? 'k Kan zien noch hooren.
Zijn wellicht de zuigerstangen lam,
Is misschien een onheil ons beschoren?
Konducteur, een vraag!... en ik vernam:
Dwars ligt daar, zoo reuzig als een toren,
Langs de rails de ontwortelde eikestam.
Zilver paarlemoeren aethervlakten...
Zomerwolkjes, half in licht gedrenkt...
Zoo van middag; - maar wat nader zwenkt,
Rijdt op wolken, die zich samenpakten.
En alsof wel duizend bijlen hakten,
Donderend op de tronken, zwiept en wenkt
't Kruinental: of 't koele laafnis schenkt,
Dat de winden 't door elkander smakten.
Ratelt wel de trein? 'k Kan zien noch hooren.
Zijn wellicht de zuigerstangen lam,
Is misschien een onheil ons beschoren?
Konducteur, een vraag!... en ik vernam:
Dwars ligt daar, zoo reuzig als een toren,
Langs de rails de ontwortelde eikestam.

