![]() |
|
Sigurd (3) - Druckversion +- Sonett-Forum (https://sonett-archiv.com/forum) +-- Forum: Sonett-Archiv (https://sonett-archiv.com/forum/forumdisplay.php?fid=126) +--- Forum: Sonette aus germanischen Sprachen (https://sonett-archiv.com/forum/forumdisplay.php?fid=394) +---- Forum: Niederländische Sonette (https://sonett-archiv.com/forum/forumdisplay.php?fid=825) +----- Forum: ND-Autoren TUV (https://sonett-archiv.com/forum/forumdisplay.php?fid=1218) +------ Forum: Hermann Teirlinck (2038) (https://sonett-archiv.com/forum/forumdisplay.php?fid=1191) +------ Thema: Sigurd (3) (/showthread.php?tid=21548) |
Sigurd (3) - ZaunköniG - 11.08.2012 Sigurd I Het vuur is wit en 't ijzer heet, De smidse zoeft en vlammen slepen Langs 't hout omhoog in schuinsche strepen... Maar Sigurd, God, staat kloek en smeedt. Op 't aanbeeld dreunt zijn machtig lied, De hamer stormt, en Thor verwonderd Denkt dat men Walhalla verdondert, Maar Sigurd, God, en hoort dat niet. Hij nijpt de tang naar zijne krachten, Hij wringt het staal naar zijn gedachten, En 't gloeiend staal gaat machtloos meê. Zijn lijf is nat. Hij rust. 't Wordt zachte; Hij grijpt nu 't zweerd dat hij verwachtte, -Smijt 't aanbeeld met een kap in twee. II Wat dient me nu mijn zwaard en heel mijn macht? Nu ben ik hooploos zwak, nu zijn mijn handen Zoo leeg en laf - en 't is of 'k iets verwacht Dat komen moet uit onbekende landen En waar 'k niet tegen strijden durven zal. Wat dient me nu mijn zwaard? De winden wiegen Een zieklijk lied en triestig zwijgen al De vogels - 'k voel dat wakkre woorden liegen In mijne borst en dat ik vechten wil; Maar 'k ben zoo maf en moe, zoo zoet en stil En lijdend - 'k luister naar de blauwe boomen Van verre, en inniger weet ik dat wat in Mijn laatste scheemring komen moet, 't begin Zal zijn van uwe ziel - en dat 't zal komen. Bij ware dingen zijn er weêrom droomen, Met jonger leutigheid en jonger wee, En dalen zonnen, nieuwe zonnen doomen En 'k waak of 'k rust zooals ik 't vroeger deê De tijden gaan en andere tijden komen Lijk eeuwge schepen over de eeuwge zee, En hebben zij mijn herte veel ontnomen Mijn herte gaat met alle tijden meê.... En als ik heenblik over 't grijs volbrachte En al het lijden weervoel dat ik leê En al de vreugde die me 't hert omlachte, Daar staat gij, eenig schoon, met jeugd alomme Uw voorhoofd, en ontlokene zonneblommen. Maar gij blijft staan, en ik ga hooploos meê. |