Sonett-Forum

Normale Version: Over 's Heeren Avontmael
Du siehst gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Over 's Heeren Avontmael



Wat doen ick in dijn' Kerck, en aen dijn heiligh mael,

Miltdadigh voesterheer voor mij om laegh gesonden,

Voor mij hantdadighe aen vele van die sonden

Die ick hier melden hoor in 't droevighe verhael?

Wat icker doe, o God? wat doenw'er altemael

Die yeder een van ons verstrickt zijn en gebonden

Van dit hier en daer dat; en, waeren wij ontbonden,

Noch hadden wij dit Broot te soecken en die Schael.

De dank-schael voor die gunst? neen, Heer, ghij vindt ons wijser,

Weer wijser door dijn gunst. wegh met sich selvens prijser;

Wij steken een voor een door een in all' de schult,

En pleiten hier alleen om deernis en gedult:

Dat vonnis, Heer, staet vast, ghij hebt het self gewesen,

'Twas beter Tollenaer als Pharisee te wesen.