Sonett-Forum

Normale Version: De verwe van mijn bloem, wiens schoonheyt aangebooren
Du siehst gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
De verwe van mijn bloem, wiens schoonheyt aangebooren
Klaer braldt en blinckt door al dat op de werelt is,
Het wit en ’t vermiljoen, so lieffelijck als fris,
Met uytgesonder gloor op dese Parlen glooren.

Aentrecklijck gelaat, geluckigh in ’t bekooren
ô Eere van ons landt, van reden rijck en wis!
Mijn oogen sien u glans door dicke duysternis,
Om welcks soet genot ick alles heb verlooren.

Margriete Lief! ghy hebt myn bly geestigh gedacht
En ’t eerste glinstrend vier in mijne siel gebracht,
Mijn lieffelijcke pijn, mijn onverbloemde gunsten.

Ghy hebt mijn eerste zangh en mijn verliefde klacht,
Het welck schildert af de groote Min sijn kracht,
En om u dienst te doen so leer ick vrye kunsten.